skip to Main Content
VNPI-voorzitter, Erik van Beek (rechts), overhandigt het rapport aan minister Wiebes (links)

Wiebes solidair met raffinagesector bij halen van ‘Parijs’

“We hebben gewoon iets moeilijks te doen, samen!” Minister Wiebes van Economische Zaken liet er, toen hij op maandag 12 november het DNV-GL rapport over CO2-reductie van de Nederlandse raffinagesector in ontvangst nam, geen twijfel over bestaan: de overheid draagt bij aan de kosten die de industrie moet maken voor het halen van de Parijse klimaatdoelen. In de studie, gemaakt in opdracht van VNPI, staat dat de petrochemische industrie voor een kwart kan bijdragen aan de klimaatopgave die het kabinet voor 2030 bij de industrie heeft neergelegd.

“Al met al een hele aanzienlijke reductie”, oordeelde Wiebes over het beeld dat DNV-GL onderzoekers Ben Römgens en Mieke Dams in de studie schetsen. “Het laat zien dat het kan en maakt het geloofwaardig.”

VNPI-voorzitter Erik van Beek wees er maandag op dat de studie ook laat zien dat het voor de raffinagesector technisch mogelijk is om al in 2030 een CO2-reductie van ruim vijftig procent ten opzichte van 1990 te realiseren. Dit vergt een versnelling van het reductietempo die 3,7 miljard euro aan investeringen in nieuwe CO2-reducerende technologie kost. Van Beek roept de overheid op samen met de sector het klimaat te scheppen dat uitnodigt tot deze investeringen.

De VNPI-voorzitter noemde de overhandiging van het rapport aan de minister het ‘symbolische startschot’ voor deze samenwerking. Van groot belang voor het aantrekken van die investeringen zijn, zo zei hij, ‘voorspelbaarheid en duidelijkheid’ van het overheidsbeleid. En een snelle verduurzaming kan volgens Van Beek alleen slagen door de internationale concurrentiekracht van de sector expliciet in dat beleid te verankeren.

In zijn reactie zei Wiebes te erkennen dat het ‘totaal onzin’ zou zijn om het level playing field voor de sector te verstoren: “Want productie naar het buitenland verschuiven gaat best snel, daar hoef je geeneens assets voor te verschuiven. En als dat gebeurt, dan maken ze er in dat buitenland geen efficiëntere producten van dan wij hier. Dus daar heeft niemand iets aan”. De bewindsman benadrukte dat de sector niet alleen staat als het gaat om de kosten van de reductie-versnelling. Hij wees op het Regeerakkoord, waarin staat dat de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) wordt verbreed richting de industrie. Ook beloofde hij dat de overheid geld uittrekt voor het ondersteunen van innovaties en het toetsen van nieuwe vindingen. Maar de industrie krijgt niet ongelimiteerd toegang tot de SDE. Wiebes: “Ik denk dat daar het draagvlak beperkt voor is. Gewoon een gezonde openstelling voor dit soort kostenefficiënte toepassingen, daar moet de industrie op kunnen rekenen. Dat is mijn inzet, dat is ook waar de politiek voor gekozen heeft.”

Van Beek stelde dat de overheid de reductie-versnelling in de sector ook kan stimuleren door onrendabele investeringen te steunen in netten voor CCS en CCU en in netten waar raffinaderijen restwarmte in kwijt kunnen voor het verwarmen van woonwijken. “Een VNPI-studie van vorig jaar juni laat zien dat raffinaderijen een enorm potentieel aan restwarmte hebben, wat zich uiteindelijk zou kunnen vertalen in een 0,5 tot 1 miljoen ton CO2-reductie.” Wiebes reageerde positief: “U heeft gevraagd om bondgenoten en hier sta ik. Want ik geloof echt dat er een toekomst is voor een duurzame energie-intensieve industrie in Nederland. Hier hebben we mogelijkheden voor CCS en bijvoorbeeld voor koeling, een nautische voordeur, en een geweldige verbindingen naar het achterland. Dus als het ergens kan op aarde, dan is het hier.” Maar de minister legde ook ‘de bal bij de sector’ met de oproep dat die samen met andere energie-intensieve industrieën een borgingsmechanisme moet bedenken ‘dat op een of andere wijze te maken heeft met CO2-beprijzing’ en dat de samenleving vertrouwen geeft in dat het de industrie echt menens is met versneld verduurzamen.

Onderdeel van de bijeenkomst maandag bij KIVI in Den Haag was ook de presentatie van het CIEP-rapport ‘Refinary 2050; Refining the Clean Molecule’ door CIEP-directeur Coby van der Linde. Zij wees er ook op dat voor de raffinagesector Nederland uniek gepositioneerd is, omdat die ligging raffinaderijen bijna alle mogelijke strategische opties biedt. Ze waarschuwde voor het ondermijnen van die concurrentiekracht door klimaatwetgeving en pleitte voor het – ‘met de juiste prikkels’ –op gang brengen van nieuwe ‘stromen’ door de sector, zoals voor waterstof als schone brandstof. “Dan gaat de samenleving de industrie niet meer alleen zien als een CO2-blok aan het been, maar ook als een voorwaarde voor iets wat je met z’n allen graag wil.” Bij de uitkomst van de DNV-GL studie tekende de CIEP-directeur aan dat Wiebes daarmee bijna de helft van zijn reductieopdracht in de schoot krijgt geworpen: “De minister is vast teruggehuppeld naar zijn ministerie, want dat is best veel. Het laat zien wat voor technische en investeringspotentie er in de sector zit.”

×Close search
Zoeken