skip to Main Content

Minister Wiebes: “Huishoudens en het MKB betalen niet voor het klimaatbeleid van de industrie”

In reactie op vragen van kamerlid Beckerman (SP) stelt minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat dat huishoudens en het MKB niet opdraaien voor het klimaatbeleid van de industrie. De vragen waren gesteld naar aanleiding van een onderzoek van Milieudefensie waarin werd gesuggereerd dat de industrie niet voldoende bijdraagt aan haar eigen verduurzaming. De VNPI is blij met de verduidelijkende antwoorden van minister Wiebes.

 

Industrie draagt op verschillende manieren bij aan het klimaatbeleid

Wiebes geeft aan dat de zware industrie wel degelijk betaalt voor het klimaatbeleid. Zo betaalt de industrie mee aan de ODE (Opslag Duurzame Energie en Klimaattransitie) die wordt gebruikt om de subsidiemaatregel SDE++ te financieren.

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat huishoudens een minder groot deel van de ODE-bijdrage gaan betalen en het bedrijfsleven een groter deel. De Minister: ”vanaf 2020 is de verdeling tussen huishoudens en bedrijven aangepast. Huishoudens dragen nu nog circa 1/3 bij aan de ODE-opbrengst in plaats van de helft, terwijl bedrijven nu 2/3 van de ODE-opbrengst betalen. Om het kleine mkb hierin zoveel mogelijk te ontzien en de nadruk te leggen op grootverbruikers is afgesproken om alleen de tarieven in de twee hoogste schijven, de 3e en 4e schijf voor aardgas en elektriciteit fors te verhogen. Daardoor zijn de lasten voor de zware industrie, waaronder de bedrijven in de basischemie en de aardolie-industrie, fors verhoogd in 2020 t.o.v. 2019.” Zo is de ODE-bijdrage van de raffinage sector met meer dan 200% gestegen, van 4 naar 13 miljoen euro.

Het beslag dat de industrie kan leggen op de SDE++ is niet exclusief voorbehouden aan de zogenoemde zware industrie… Mede hierdoor zijn er ook voor het mkb, onderwijsinstellingen en ziekenhuizen volop middelen beschikbaar om met behulp van de SDE++ te verduurzamen.

Minister Wiebes, Kamerstuk

Door middel van deze herverdeling wordt de bijdrage van de industrie gelijkgetrokken met de subsidiebehoefte van de industrie. In het klimaatakkoord is de subsidiebehoefte van de industrie in 2030 ingeschat op 550 miljoen euro. In datzelfde jaar zal de industrie ongeveer 550 miljoen euro bijdragen aan de ODE. Daarmee betaalt de sector industrie dus voor de eigen SDE++ subsidie.

 

Concurrentiepositie Nederlandse industrie potentieel onder druk

De Minister bevestigt dat voor een beperkt aantal industrieën een vrijstelling van de ODE-heffing geldt. Hij vervolgt: “Deze vrijstelling hangt samen met de Europese Richtlijn Energiebelastingen en heeft betrekking op sectoren die gevoelig zijn voor internationale concurrentie. Bij het afschaffen of inperken van de vrijstellingen bestaat het risico op weglek van CO2-uitstoot en werkgelegenheid over de grens. Vrijwel alle EU-landen gebruiken dan ook de ruimte die de Europese Richtlijn Energiebelastingen biedt om vrijstellingen te verlenen om weglek te voorkomen. Het afschaffen of inperken van deze vrijstellingen heeft dus vooral zin als dit door alle EU-lidstaten wordt toegepast.” Uit onderzoek van consultant PricewaterhouseCoopers (2018) in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat blijkt dat de vrijstellingen in Nederland vergelijkbaar zijn met andere landen.

Bovendien treedt, volgens de huidige planning, op 1 januari 2021 de Wet CO2-heffing industrie in werking. Met de huidige Europese klimaatdoelstellingen kijkt de Nederlandse industrie aan tegen een fors hogere CO2 prijs dan hun Europese concurrenten. “De CO2-heffing draagt zodoende bij aan het waarborgen van de substantiële bijdrage van de industrie aan de klimaatdoelen”, aldus de minister.

 

SDE++ regeling is niet exclusief voor de zware industrie.

Minister Wiebes benadrukt dat de SDE++ subsidie niet alleen open staat voor projecten in de zware industrie: ook andere industrieën kunnen projecten indienen en subsidie toegekend krijgen. De minister concludeert dat “er ook voor het mkb, onderwijsinstellingen en ziekenhuizen volop middelen beschikbaar [zijn] om met behulp van de SDE++ te verduurzamen”.

Erik Klooster, Directeur van de VNPI: “Wij zijn blij met de duidelijkheid die de Minister met de beantwoording van deze vragen schept. Nederland is meest ambitieuze land van Europa als het gaat om de verduurzaming van de industrie. Met de afspraken uit het klimaatakkoord, de SDE++ subsidie om voorlopers te verleiden, een verschuiving van de ODE-heffing naar grootverbruikers en een CO2-heffing als stok achter de deur, ligt er een stevig pakket aan maatregelen richting de industrie. Dit jaar wordt voor het eerst de vernieuwde SDE++ opengesteld. In deze nieuwe SDE++ regeling komen ook CO2-reductie projecten bij de industrie in aanmerking voor subsidie. Pas in 2021 of 2022 kunnen we met zekerheid zeggen welke projecten aan bod komen in de vernieuwde subsidieregeling, en of hier ook projecten bij de industrie bij zitten. Alleen bedrijven die CO2 reducerende projecten ontwikkelen, komen in aanmerking voor SDE++ subsidie. Dat is de bepalende factor, niet in welke sector een bedrijf opereert.”

Lees via deze link de beantwoording van de kamervragen.

×Close search
Zoeken