skip to Main Content

Wetsvoorstel CO2-heffing industrie naar Tweede Kamer ondanks bedenkingen PBL, PWC en RVS

Op Prinsjesdag stuurde de Minister van EZK het Wetsvoorstel CO2-heffing voor de industrie naar de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel is een uitwerking van de afspraak in het Klimaatakkoord over een CO2-heffing op CO2 emissies binnen de industrie. Tegelijkertijd is afgesproken in het Klimaatakkoord dat er voldoende mitigerende maatregelen worden genomen om te voorkomen dat weglek van productie en CO2 uitstoot plaatsvindt. Zowel de eigen onderzoekers van het PBL, de externe consultants van PWC en de Raad van State hebben vragen bij de heffing zoals die nu voorligt aan de kamer.

Raad van State twijfelt of wet binnen staatssteunregels past

De Raad van State zet vraagtekens bij het feit dat de heffing op CO2is beperkt tot een deel van de deelnemers onder het ETS. Deze keuze leidt tot een financieel verschillende behandeling van vergelijkbare sectoren en past mogelijkerwijs niet binnen Europese staatssteunregels. Tevens stelt de Raad dat het ETS is ontworpen om optimale marktwerking en kostenefficiëntie te bereiken. De nationale heffing kan deze doelstelling doorkruisen. De Raad vraagt om verdere onderbouwing in het wetsvoorstel op deze punten.

PBL: SDE++ subsidies te laag om investeringen uit te lokken

Het PBL geeft een kwalitatieve duiding van de beleidskeuzes voor de realisatie van de klimaat doelstelling, in vervolg op hun studie over de benodigde hoogte van de heffing uit juni 2019. Het PBL geeft aan dat het nog onduidelijk is wat de omvang van de emissies zullen zijn die onder de heffing worden gebracht, omdat dit afhangt van keuzes over de Europese benchmarks, en hoeveel dispensatierechten er op basis van die benchmarks worden toegekend. Het is daarom onmogelijk om een kwantitatieve berekening te maken. Een daadwerkelijke berekening van de heffingshoogte zou volgens plannen wel komen.

Het PBL verwacht dat de SDE++ subsidie ontoereikend zal zijn om alle benodigde maatregelen in de industrie te subsidiëren. Het plafond in de kasuitgaven (550 miljoen euro per jaar in 2030) en de subsidiehoogtes voor technieken zijn te laag. Het PBL concludeert daarom dat de heffing aan de bovenkant van de eerder gecommuniceerde bandbreedte van 90 tot 165 euro/ton CO2 in 2030 nodig zal zijn om de doelstelling te bereiken. Zouden de beschikbare subsidies wel toereikend zijn, dan is ‘een tarief van enkele tientallen euro’s per ton CO2 boven op de ETS-prijs afdoende’, aldus PBL. Ze waarschuwen ervoor dat de kans op carbon leakage toeneemt door een combinatie van lage subsidies en een hoge heffing, een combinatie die niet bijdraagt aan de verduurzaming van de industrie.

PWC: “CO2-heffing leidt tot lagere investeringsruimte bij bedrijven”

Ook onderzoeksbureau PWC waarschuwt in haar update van de Speelveldtoets dat het nationale klimaatbeleid voor industrie kan leiden tot een significante verslechtering van de financiële resultaten en de (internationale) concurrentiepositie van de industrie in Nederland. Bedrijven houden minder investeringsruimte over voor CO2-reducerende investeringen door de kosten van de heffing en andere hogere lasten. De SDE++ subsidies lijken ontoereikend voor het afdekken van de onrendabele top van de benodigde CO2-reductie projecten. Daardoor bestaat er een reëel risico op weglek van investeringen en emissies naar het buitenland.

Afstemming tussen nationale heffing en Europese doelen is noodzakelijk

Deze waarschuwingen hebben niet geleid tot aanpassing van de Wet. Het kabinet stuurt de wet grotendeels ongewijzigd naar de kamer zodat de heffing in 2021 kan worden ingevoerd. De minister legt in zijn voorstel de heffingshoogte op 125 euro vast in 2030. Vandaag heeft de Europese Commissie besloten om de Europese emissiedoelstelling te verhogen naar 55% minder uitstoot ten opzichte van 1990 om zo het behalen van de Parijsdoelen binnen de EU veilig te stellen. Dit zal leiden tot een aangescherpt ETS systeem. Het blijft echter onduidelijk wat er met de Nederlandse heffing gebeurt met het oog op de verhoging van Europese doelen.

De VNPI is van mening dat klimaatbeleid zorgvuldig moet aansluiten bij Europees beleid, om zo een gelijk speelveld voor het bedrijfsleven te stimuleren. Het aangescherpte EU ETS zal er namelijk voor zorgen dat de reducties behaald worden daar waar de goedkoopste opties beschikbaar zijn. Indien een nationale heffing wordt ingevoerd is het uiterst belangrijk dat er voldoende steunmaatregelen beschikbaar zijn om de transitie te kunnen realiseren, ook bij bedrijven met duurdere reductieopties. Daarnaast is er maatwerk nodig voor bedrijven waarbij de toegang tot infrastructuur een knelpunt is. Weloverwogen beleid is essentieel als Nederland koploper wil worden op het gebied van duurzame industrie.

×Close search
Zoeken