skip to Main Content

Voor Toyota is Nederland focusgebied voor waterstof

Voor Toyota geldt Nederland als focusgebied voor rijden op waterstof. De Japanse autofabrikant, maker van de Mirai, ’s werelds eerste in serie geproduceerde waterstofauto, kijkt vooral naar het uitgebreide aardgasnet in ons land en de plannen om dit geschikt te maken voor de distributie van waterstof. Met name de ontwikkelingen rond waterstof in Noord-Nederland trekken de aandacht van de Japanners, verduidelijkt Frank Versteege, public affairs manager van de Louwman Group die – onder andere – Toyota’s importeert.

Waterstoftankstations

“Wij krijgen regelmatig bezoekers van Toyota Japan over de vloer die willen leren van de waterstof-ontwikkelingen in Noord-Nederland”, vertelt Versteege. Het model van Nederland als koploper op het gebied van aardgas en de distributie daarvan in Europa, gaat met het dichtdraaien van de aardgaskraan in Groningen drastisch veranderen, licht hij toe. “Het bestaande aardgasnetwerk kan dan tegen relatief geringe kosten worden gebruikt voor transport van waterstof. Langs deze waterstofpijpleidingen kunnen er dan waterstoftankstations komen. Alleen al in Noord-Nederland staan er voor de komende jaren negen op stapel.”

Combinatie van waterstof en elektrisch

Toyota is er als voortrekker van rijden op waterstof van overtuigd dat deze door elektrolyse verkregen brandstof een hele belangrijke rol gaat spelen in mobiliteit, naast elektrisch en hybride rijden. “Alle duurzame aandrijflijnen zijn nodig om de doelen voor CO2-reductie wereldwijd te halen”, vertolkt Versteege de visie van de Japanse autofabrikant. Per continent en soms zelfs per land kan de situatie verschillen. Daarom zet Toyota in op alle aandrijflijnen. “Japan bijvoorbeeld heeft weinig natuurlijke hulpbronnen. Daarom wordt waterstof daar de dominante aandrijflijn. In Afrika en Zuid-Amerika maar ook het Midden-Oosten zal hybride nog heel lang de belangrijkste powertrain zijn. In Noorwegen, met heel veel duurzame elektriciteit, is batterij-elektrisch de meest logische keuze. In Nederland zal het een combinatie van elektrisch en waterstof worden, waarbij in de transitie daarnaar toe nog geruime tijd hybride aandrijflijnen een belangrijk rol spelen.” Daarbij oordeelt Toyota ook dat elektrisch rijden vooral geschikt is voor in stedelijk verkeer en kortere afstanden, en dat rijden op waterstof met name geschikt is voor langere afstanden en zwaar transport.

Groene waterstof

In Nederland wordt waterstof de ‘backbone’ van de energievoorziening (netbalancering), legt Versteege de zienswijze van Toyota verder uit. “Deze waterstof kan worden geproduceerd met zonne- en offshore windenergie en worden opgeslagen in ondergrondse zoutcavernes.” Naast zulke ‘groene waterstof’ (afkomstig uit een hernieuwbare bron) is er ook grijze (geproduceerd met fossiele brandstoffen), blauwe (grijze waterstofproductie in combinatie met CO2-afvang en -opslag)  en ook paarse waterstof (elektrolyse met kernenergie). Versteege: “In het huidige politieke speelveld is grijze waterstof eigenlijk al niet meer acceptabel. Gek genoeg in tegenstelling tot grijze elektriciteit, terwijl het in wezen hetzelfde is; bij elektriciteit wordt wel ingezien dat voor een transitie je niet in één keer bij de ideale situatie bent. Uiteindelijk willen we allemaal toe naar een volledig groene energievoorziening. Maar in een transitiefase is wat ons betreft blauwe waterstof aanvaardbaar om de markt voor waterstof op gang te krijgen.”

Factor 15 goedkoper

Tegenstanders van rijden op waterstof wijzen op de energieverliezen die optreden bij de conversie van gas/elektriciteit naar waterstof en – in de brandstofcel in het voertuig – weer terug naar elektriciteit. Versteege wijst erop dat het niet alleen gaat om de energie-efficiëntie van het voertuig, maar om de kostenefficiëntie in de hele keten. “Dan is het een heel ander verhaal. Alleen al de infrastructuur voor het transporteren van waterstof is een factor 15 goedkoper dan het transporteren van elektriciteit. Stel je eens voor dat alle acht miljoen auto’s in Nederland elektrisch zouden zijn, dan heb je mega investeringen nodig om het bestaande elektriciteitsnetwerk aan te passen want dat zit nu al bijna tegen de maximumcapaciteit aan.”

Enige optie

Gelet op het plaatje van de totale Nederlandse energievoorziening zouden tegenstanders van waterstof volgens Versteege ook beter moeten weten. “Die energievoorziening bestaat nu voor twintig procent uit elektriciteit, dus elektronen, en voor tachtig procent uit moleculen, zijnde olie, gas en kolen. Ons energieopslag- en distributienetwerk is hier ook op ingericht. In Nederland helemaal overstappen naar elektronen, kan ook niet. Volgens deskundigen kan dat maximaal voor veertig tot vijfenveertig procent. Je hebt dus duurzame moleculen nodig. Waterstof is dan de enige optie, als grondstof voor de industrie, voor verwarming van de bebouwde omgeving, als backbone voor de energievoorzieningen, en dus voor mobiliteit.”

 

Dit vraaggesprek met Frank Verstege van Louwmans is naar aanleiding van factsheet ‘waterstof’ die de VNPI ontwikkelde als deel van een serie over de verduurzaming van transport. Deze en andere factsheets vindt u op VNPI.nl

×Close search
Zoeken