skip to Main Content

VNPI Jaardiner 2019: ‘Route naar groen loopt via blauw’

Op 27 november vond het VNPI Jaardiner plaats. De traditionele bijeenkomst in Pulchri Studio in Den Haag stond in het teken van de rol van CCS en waterstof in de verduurzaming van de industrie. “Wat nu nog onvoorstelbaar lijkt, moeten we met elkaar haalbaar maken”, zette minister voor Milieu & Wonen Stientje van Veldhoven als keynote-spreker de toon voor de discussie. “De route naar groen loopt via blauw”, vulde Sandor Gaastra, DG Klimaat & Energie van EZK aan. Uitkomst van de bijeenkomst was ook dat de Nederlandse raffinagesector een prima uitgangspositie heeft om met CCS en waterstofinnovatie koploper te worden in Europa, mits ‘Brussel’ zorgt voor een ambitieus klimaatbeleid gecombineerd met een gelijk speelveld voor de industrie.

Tijd dat projecten van start gaan

“De industrie is ervan overtuigd dat er in Nederland projecten kunnen gaan starten die nergens in de wereld op dit moment op deze schaal plaatsvinden”, verwoordde VNPI-directeur Erik Klooster in zijn inleiding de unieke uitgangspositie van de Nederlandse raffinagesector voor toepassing van CCS en op termijn groene waterstof. “Maar we moeten ook buizen aanleggen”, benadrukte hij dat het tijd is dat er projecten daadwerkelijk van start kunnen gaan, willen de emissie-afspraken in het Klimaatakkoord haalbaar blijven.

Glas meer dan half vol

Minister Van Veldhoven prees de sector voor het aandeel dat deze neemt in de verduurzaming van de Nederlandse industrie als geheel. Over CCS zei ze dat het nu nog “onvoorstelbaar” lijkt dat het haalbaar is, “en toch zullen we met elkaar het haalbaar moeten gaan maken”. Voor de financiering van CCS verwees ze naar de afspraken die daarover zijn gemaakt in het Klimaatakkoord. “Ik ben ongelooflijk trots op dat akkoord en ook op deze sector die er echt aan mee heeft gedaan.” Destijds als kamerlid noemde de bewindsvrouw op een VNPI-Jaardiner de sector ‘conservatief’, maar dat haalde ze nu van tafel. ”Ik denk dat we conservatief achter ons kunnen laten, als we zien welke dynamiek er in uw omgeving speelt en hoe we daar met elkaar mee aan de slag zijn. Het glas is meer dan half vol en ik werk graag met u samen om het nog verder te vullen.” Opdat groene waterstof straks een essentiële rol kan spelen in de energietransitie, moet – benadrukte Van Veldhoven – de efficiency van de productie ervan nog enorm omhoog en de kosten enorm omlaag. “Een kostendalingscurve zoals bij offshore wind is nodig om het opschaalbaar te maken. En opschaling zal echt een belangrijke factor zijn bij de vraag of we die hele ontwikkeling met voldoende snelheid van de grond krijgen.”

Koploper worden vergt inzet van veel partijen

Zolang de productie van groene waterstof onvoldoende is, moet – stelde Directeur-Generaal Gaastra – grootschalige CCS worden geaccepteerd zodat de industrie kan overschakelen naar waterstof.  “De route naar groen loopt via blauw, is mijn persoonlijke stelling”, aldus de topambtenaar in een vraaggesprek met moderator Esther van Rijswijk. Gaastra, die als spreker de verhinderde minister van EZK Eric Wiebes verving, sprak ook “de hoop en verwachting” uit dat Nederland met al zijn aardgaservaring straks koploper wordt met waterstof-innovatie en met de toepassing van groene waterstof in de sectoren vervoer, industrie en gebouwde omgeving. “Maar dat is niet iets wat alleen wij hier met elkaar moeten willen”, benadrukte hij dat voor het halen van dat doel ook een heleboel andere partijen nodig zijn. Daarbij noemde hij expliciet de offshore windsector die op het Nederlandse deel van de Noordzee ook nog voor een enorme opgave staat.

Industrie moet met projecten komen

Opdat de toekomst van ‘groene brandstof’ voor ons land werkelijkheid wordt, is het volgens Gaastra aan de overheid om heel duidelijk te zijn over wat die met welk instrument faciliteert. De uitdaging die er bij bedrijven ligt, is om met projecten te komen. “Die stap moet de industrie zelf zetten, dat kunnen wij niet aan bedrijven opleggen.” Een mooi voorbeeld van een project waaraan bedrijven zich concreet hebben gecommitteerd noemde hij Porthos, het CCUS-project van Havenbedrijf Rotterdam samen met Gasunie en EBN.

Samen springen

Nico van Doren (Havenbedrijf), die Porthos moet realiseren en één van de deelnemers aan het paneldebat over CCS, pakt de handschoen op. De andere panelleden Pieter Boot (PBL) en en Jo-Annes de Bat (GS Zeeland), oordeelden dat projecten nog onvoldoende van de grondkomen als gevolg van een kip en ei-situatie, waarbij de overheid en bedrijven op elkaar wachten wie de eerste stap zet. Volgens Gaastra ligt de bal nu vooral bij bedrijven: “Wijs mij een land in de wereld aan waar de overheid een instrument van honderden miljoenen toezegde om de industrie te verduurzamen.” De nationale CO2-heffing voor de industrie waar het kabinet aan werkt (bovenop het Europese emissiehandelssysteem ETS), gaat volgens plan in het eerste kwartaal van 2011 naar de Kamer. “Maar we doen het dus niet alleen met een stok, maar ook met een stevige wortel en dat is de verbreding van de SDE+.” PBL-rekenmeester Boot onderschreef de voortrekkersrol die ons land met CCS en waterstof kan spelen (“als het ergens in Europa kan lukken, dan is het in Nederland”). Maar volgens De Bat moet de overheid bij projecten waarbij sprake is van kennisontwikkeling voor de rest van Europa wel extra bijspringen. “Dan ben je er als overheid niet met SDE++ maar zul je echt meer moeten doen.” Van Rijswijk sloot het paneldebat vervolgens af met de conclusie dat partijen het vooral samen zullen moeten doen: “Hou de hand vast van wie je dat niet zo gewend was en maak samen de sprong.”

Beleidsstudies

Erik Klooster stelde in zijn inleiding ook vast dat de sector goed gepositioneerd is voor het in een volgende stap ‘aan elkaar knopen’ van de elementen die in het Klimaatakkoord zijn afgesproken (restwarmte, CCS, groene waterstof, biomassa, synthetische brandstof). “Ik hoop dat we hier op het jaardiner 2020 al resultaten van kunnen presenteren. ” De VNPI-directeur stond ook stil bij wat de vereniging de afgelopen periode allemaal nog meer deed, zoals op het gebied van ZZS, de invoering van E10 en op het gebied van oprichten van laadpunten aan de snelweg, die in de rechtszaal moeten worden bevochten. Ook liet (of laat) de vereniging diverse beleidsstudies uitvoeren. Zoals de DNV-GL studie over reductie van CO2-uitstoot door de sector zelf, een aging assets-studie naar de veiligheid van installaties, de Ecorys-studie naar het belang van de raffinagesector voor Nederland, en de Berenschot-studie naar de toekomst en kansen voor tankstations (“full service tankstations gaan steeds meer een rol spelen op het gebied van elektrisch laden”).

Onderdeel van de oplossing

Na een luchtig intermezzo, waarbij petrolhead Carlo Brantsen de zaal onderhield over zijn passie voor auto’s, sloot Erik van Beek, voorzitter van VNPI en tevens manager van de ExxonMobil Raffinaderij in Rotterdam, het inhoudelijke programma af. Hij deed dat met de vaststelling dat we als samenleving in Nederland een fantastische levensstandaard hebben bereikt, maar dat onze levensstijl zo’n invloed heeft op het klimaat dat dit actie vereist. “Na het beluisteren van de sprekers is mijn conclusie vandaag dat wij als industrie heel graag onderdeel willen zijn van de oplossing en er ook de eerste stappen voor willen zetten”, aldus de VNPI-voorzitter, die de deelnemers vervolgens uitnodigde voor het diner. Tussen het genot van smakelijke hapjes en drankjes door, konden deze overigens ook een VR-bril opzetten om zelf de virtuele veiligheidstraining uit te proberen die, gefinancierd door Concawe, voor raffinaderij-operators is ontwikkeld door het Britse bedrijf Cineon Training.

×Close search
Zoeken