skip to Main Content

Verdere integratie geeft raffinaderij rol in transitie

Raffinaderijen aan de Europese kusten die zijn geïntegreerd met de petrochemische industrie zijn gunstig gepositioneerd om te kunnen verduurzamen. Zo luidt een belangrijke uitkomst van het CIEP-rapport ‘Refinery 2050; Refining the Clean Molecule’, dat CIEP-directeur Coby van der Linde op maandag 12 november op een bijeenkomst bij het KIVI in Den Haag presenteerde.

Het aandeel in de totale consumptie van energie in de Europa van olie (en olieproducten) neemt de komende decennia af tot 29 procent in 2040 (tegen 41 procent in 2016). Daarmee blijft in deze periode het aandeel van olieproducten in de Europese energiemix ‘aanzienlijk’, aldus de opstellers van het rapport. De vraag naar olieproducten verschuift bovendien van motorbrandstoffen naar halffabricaten voor de petrochemische industrie, hetgeen de huidige geïntegreerde raffinaderijen een relatief voordeel geeft.

Wel moeten raffinaderijen in dezelfde periode hun CO2-voetafdruk verminderen, conform de EU-emissiedoelstelling voor de industrie. Ook krijgen ze te maken met meer concurrentie van nieuwe efficiënte raffinaderijen, zoals uit India en het Midden Oosten, en van gemoderniseerde Russische raffinaderijen. Een belangrijke troef is dat kustraffinaderijen deel uitmaken van industrieclusters met de petrochemische sector. De groeiende vraag , naar ‘schone’ raffinageproducten uit de petrochemie kan deze concurrentiedruk deels compenseren. “Het blijft echter belangrijk om Europese en internationale concurrentie goed mee te wegen, ook omdat raffinaderijen van strategische waarde kunnen zijn”, aldus de rapporteurs.

Naleving van de EU-doelstellingen betekent dat de CO2-uitstoot van raffinaderijen in 2050 vooralsnog 80 procent onder het niveau van 1990 moet liggen. Het rapport noemt een aantal veel belovende maatregelen voor het verminderen van de carbon footprint: optimalisering van het (eigen) bedrijfsproces en nieuwe ‘wegen’ scheppen voor het integreren van raffinaderijen in de lokale economische waardeketen (warmte, elektriciteit,  RES-hydrogen, e-en bio-fuels, en CC(U)S). “Willen raffinaderijen deel uit blijven maken van de energietransitie dan zullen ze hun producten schoner moeten produceren”, aldus de rapporteurs. Bovendien dragen raffinaderijen die zeer energie- en koolstofefficiënt zijn meer bij aan het klimaatbeleid dan geïmporteerde olieproducten uit buitenlandse raffinaderijen die geen onderdeel zijn van een klimaatbeleid. De mogelijkheden om verder te integreren in het energiesysteem hangen af van de locatie en mate van complexiteit van de raffinaderij. Sommige raffinaderijen in Europa hebben beperktere mogelijkheden tot verdere integratie en transitie.

De raffinaderijen in het ARAR-cluster (Amsterdam-Rotterdam Antwerpen Rijn-Roer, inclusief Terneuzen en Geleen) kunnen binnen en buiten hun cluster een ‘motor’ van verduurzaming zijn. De absorptie van wind op zee is gemakkelijker als industrie clusters belangrijke afnemers worden door delen van de productieprocessen te elektrificeren. Maar de aanleg en/of verzwaring van de infrastructuur ‘buiten het hek’ die daarvoor nodig is, vergt samenwerking met de overheid en met andere sectoren in de industrie.

Het rapport van CIEP:  http://www.clingendaelenergy.com/inc/upload/files/CIEP_Paper_2018-_01_Web_beveiligd.pdf

×Close search
Zoeken