skip to Main Content

Ruben Beens, CEO BP Netherlands:

Veel potentieel voor groene waterstof in Rotterdamse haven

Groene waterstof speelt een sleutelrol in de energietransitie van het Rotterdamse havengebied. Door de toename van windmolens op zee is er zeker op piekmomenten overschot aan elektriciteit. Omgezet in waterstof is deze toepasbaar in het productieproces van de raffinaderijen. Op dit moment zijn de investeringen echter nog niet lonend, onder meer omdat Europese regelgeving het gebruik van waterstof in raffinaderijen niet optelt bij emissiereductiedoelen. Dit blijkt uit onderzoek van BP Netherlands en vijf andere partijen.

In samenwerking met vijf andere partijen heeft BP Raffinaderij Rotterdam het afgelopen jaar een haalbaarheidsonderzoek laten doen naar een fabriek voor groene waterstof op zijn terrein. De uitkomsten laten volgens Ruben Beens, CEO van BP Netherlands, zien dat de techniek hiervoor aanwezig is, maar dat het verdienmodel nog nader onderzoek en actie van de overheid vergt.

Vanaf januari dit jaar is onderzocht wat de technische, economische en juridische haalbaarheid is van een power-to-gas-plant op het terrein van BP in Rotterdam. Dit gebeurde in opdracht van BP en een vijftal andere partijen: het Havenbedrijf Rotterdam, TNO, Smartport, Uniper en Joulz. Samen wilden ze onderzoeken wat nodig is om een installatie te realiseren die duurzaam opgewekte elektriciteit omzet in waterstof.

Elektrolyse

De komende decennia komt door de realisatie van nieuwe windparken op de Noordzee veel groene stroom beschikbaar. Zoveel, dat er op sommige momenten overcapaciteit ontstaat. Deze stroom komt via het netwerk van TenneT onder andere op de Maasvlakte aan land. In een power-to-gas-plant kunnen met deze groene stroom door middel van elektrolyse watermoleculen gesplitst worden in zuurstof en waterstof. En met name om die ‘groene’ waterstof is het BP te doen, vertelt CEO Ruben Beens. “We weten dat we niet van de ene op de andere dag met olie kunnen stoppen, de vraag naar olie zal de komende jaren alleen maar stijgen. Daarom is het goed om naar je productieproces te kijken en te onderzoeken hoe je ervoor kunt zorgen dat er meer duurzame elementen gebruikt kunnen worden, waardoor je de CO2-uitstoot en de kosten die daarmee gemoeid zijn vermindert.”

Eén van de zaken waar je naar kunt kijken is restwarmte, vervolgt Beens. “Hoe kan je warmte opvangen en gebruiken? Daar is ook een studie naar gedaan door de VNPI, waaraan wij hebben meegewerkt. Een ander aspect is dat je gaat kijken naar elektrificatie in je hele proces van raffinage. Daarnaast kun je onderzoeken hoe je waterstof kan maken op een duurzame manier door gebruik te maken van bijvoorbeeld windenergie. Die waterstof gebruiken we bij de ontzwaveling van onze producten. Dat vonden wij een interessant gegeven om onderzoek naar te doen.”

Juridisch kader

Beens denkt dat het belangrijk is om de uitkomsten van het onderzoek mee te nemen naar de toekomst. “Het zou het mooiste zijn als we zelf een waterstoffabriek zouden kunnen bouwen. Maar daar zijn wel een aantal dingen voor nodig. Enerzijds moet je een goede businesscase hebben. Het maken van waterstof door middel van elektrolyse blijkt namelijk nog erg kostbaar. Anderzijds moet wanneer je duurzame energie gaat gebruiken in het productieproces van fossiele energie, daar wel maatschappelijk draagvlak voor zijn. De komende tijd zullen wij gebruiken om met verschillende partijen te kijken hoe we hier concreet invulling aan gaan geven.”

Daarbij is volgens Beens hulp van de overheid noodzakelijk. “Zo zoeken we contact met de overheid om de wetgeving aan te passen. Wij praten direct met het ministerie van I&W, maar ook in Brussel, via ons Brusselse kantoor. Er ligt hier ook een rol voor de VNPI om dit op de agenda te zetten. Op dit moment is er namelijk nog geen voorziening in de wet om van groene stroom waterstof te maken. We krijgen er geen credits voor, terwijl je die wel krijgt bij het bijmengen van biobrandstoffen. Uiteindelijk is het doel om minder CO2 uit te stoten. Deze techniek kan daartoe bijdragen. Maar daar moet wel een juridisch kader voor zijn om dat ook te kunnen doen. Op dit moment ontbreekt dat, terwijl dat kader zou helpen om de businesscase aantrekkelijk te maken.”

×Close search
Zoeken