skip to Main Content

Restwarmtestudie VNPI: raffinaderijen kunnen tot 17,5 PJ warmte leveren

Op 27 juni j.l. presenteerde de VNPI de resultaten van de restwarmtestudie op een gezamenlijk seminar met Havenbedrijf Rotterdam en Gasunie voor een breed publiek in Nieuwspoort. Bovengenoemde partijen voerden deze studie uit, gezamenlijk met de raffinaderijen van BP, ExxonMobil, Gunvor, Shell en Zeeland Refinery.

Uit de studie blijkt dat raffinaderijen in ons land potentieel tussen de 8,5 en 17,5 Petajoule per jaar aan overtollige warmte kunnen leveren voor gebruik in huishoudens, glastuinbouw, kantoren en bedrijven. Hierdoor kan de uitstoot van CO₂ via warmtekrachtcentrales en CV ketels aanzienlijk worden teruggedrongen, in lijn met de ingezette overheidsagenda naar een CO₂-arm energiesysteem in 2050. Het is voor het eerst dat de aanbodzijde van warmte vanuit de raffinagesector zo helder in beeld is gebracht.

Jan Maarten van der Steen, directeur raffinage van de VNPI, greep de bijeenkomst aan om de term restwarmte om te dopen tot circulaire warmte.

Gedeputeerde Han Weber van Zuid-Holland nam de resultaten van de studie in ontvangst en in een panel met Hans Coenen van Gasunie, Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) , wethouder Stephan Brandligt van de gemeente Delft en Erik Klooster van de VNPI werden de mogelijkheden besproken om verdere stappen te zetten.

De warmte uit de raffinagesector vormt een belangrijk aanbod voor de hoofdinfrastructuur die de eerder dit jaar gevormde Warmtealliantie Zuid-Holland wil realiseren. Partners hierin zijn Havenbedrijf Rotterdam, Gasunie, Provincie Zuid-Holland, Eneco en Warmtebedrijf Rotterdam.

×Close search
Zoeken