skip to Main Content

Raffinaderijen belangrijke schakel in transitie

De Nederlandse petrochemische industrie wil graag actief bijdragen aan de energietransitie en aan de totstandkoming van het Klimaatakkoord. Met alle kennis en technologie die de sector in huis heeft, kan deze een belangrijke rol spelen in het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, bijvoorbeeld door afvang en opslag van CO2 (CCS) of restwarmte-uitkoppeling. “We hebben daarbij wel de hulp van overheid nodig om ervoor te zorgen dat de Nederlandse raffinaderijen internationaal concurrerend blijven.” Dit stelt Erik van Beek, die in maart aantrad als nieuwe voorzitter van de VNPI.

Zoals zijn voorganger bij VNPI Harro van de Rhee, benadrukt Van Beek dat Nederlandse raffinaderijen bij de modernste en meest energie-efficiënte van Europa en de wereld horen. “Dat er hier nu volop – meer dan 2 miljard euro – wordt geïnvesteerd in de raffinagesector, toont het vertrouwen dat de sector heeft dat er nog langdurig een rol is weggelegd voor petrochemische industrie in Nederland”, aldus Van Beek, tevens raffinaderijdirecteur bij Esso Nederland. Doelstelling van de VNPI als belangrijke overlegpartner is, legt hij uit, de sector op een positieve en constructieve manier vertegenwoordigen in het contact met de overheid en andere stakeholders.

Van Beek onderstreept de bereidheid van de VNPI tot samenwerking. “In de gesprekken die we nu aan de klimaattafel voeren, tonen we dat de industrie wil bijdragen aan de energietransitie en daarin een positieve rol wil spelen.” Fossiele brandstoffen zullen nog zeker tot 2050 een belangrijke plek innemen in de energiemix, verwacht de kersverse VNPI-voorzitter. Tegelijkertijd geeft hij aan dat de energiemix langzaam zal ‘migreren’ als onderdeel van de energietransitie. Zo zal met de komst van meer hybride en elektrische auto’s het benzinegebruik geleidelijk teruglopen. Voor het zwaardere wegtransport verwacht hij dat de transitie langer gaat duren omdat daarvoor op dit moment nog geen realistische alternatieven zijn. Voor de scheepvaart en luchtvaart liggen ‘groene’ vervangers voor respectievelijk stookolie en kerosine nog weer verder in de toekomst.

Eiland

Van Beek onderlijnt dat de petrochemische sector, met alle kennis en technologie die bedrijven in huis hebben, een belangrijke rol kan spelen in het vormgeven van de energietransitie, met name in het reduceren van de uitstoot van CO2. Voor het halen van de klimaatdoelen wijst hij voor de raffinagesector zelf CCS (carbon capture and storage) aan als de meest kansrijke en snelste manier van CO2-reductie. Momenteel werkt de sector aan een routekaart die de mogelijkheden voor emissiereductie in beeld brengt richting 2030 en 2050. In deze routekaart wordt onder andere gekeken naar mogelijkheden als waterstof, elektrificatie, biobrand- en grondstoffen en nieuwe procestechnologie. Deze routekaart zal hoogstwaarschijnlijk voor de zomer worden gepresenteerd.

Het kabinet heeft een ambitieuze doelstelling afgesproken voor 49 procent CO2-reductie in 2030, waarbij het verder gaat dan de Europese doelstelling van 40 procent. Liever nog zou het in Europees verband naar 55 procent toe willen. Van Beek: “We leven in Nederland niet op een eiland. Afwenteling van kosten op de Nederlandse industrie zou voor bedrijven in de sector een forse kostenstijging inhouden en leiden tot een groot concurrentienadeel ten opzichte van buitenlandse producenten. Dat zou dus betekenen dat er productie en veel werkgelegenheid uit Nederland verdwijnt, naar buurlanden en mogelijk zelfs naar plaatsen waar het milieu minder telt. En daarmee creëer je ook dat CO₂ weg lekt, het zogenoemde carbon leakage. VNO-NCW-voorman Hans de Boer zegt dan: ‘De wereld warmer en Nederland armer’.”

Lege gasvelden

De VNPI-voorzitter pleit nadrukkelijk voor een Europees marktmechanisme om op de meest economische wijze emissiereductie te bereiken. “In de EU is dat het ETS-systeem.” Nu Nederland met zijn klimaatambities ver vooruit loopt op de andere EU-landen noemt Van Beek een aanvullende nationale CO₂-beprijzing een optie, maar dan moet er tegelijkertijd wel voor worden gezorgd dat de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse raffinaderijen wordt beschermd.

Voor grootschalige opslag van CO2 wordt binnen de overheid nu nagedacht over de optie van lege gasvelden onder de Noordzeebodem. Voor de aanleg en het beheer van het vereiste leidingennetwerk zit het havenbedrijf van Rotterdam daarbij mee aan de overlegtafel. Voordat de industrie in dit project investeert, is het ook belangrijk dat er duidelijkheid komt over de randvoorwaarden waarmee de overheid CCS faciliteert, benadrukt Van Beek. In de al genoemde routekaart wordt bijvoorbeeld gekeken naar wat de kosten van CCS zijn voor raffinaderijen: “Raffinaderijen hebben verschillende installaties en bij de ene gaat afvangen makkelijker dan bij de andere. Bovendien kan zo’n ingrijpende aanpassing alleen bij een grote onderhoudsstop van om de zes, zeven jaar. Je krijgt zoiets dus niet in een paar jaar voor mekaar. Het zijn complexe tijdrovende projecten en, niet onbelangrijk te vermelden, er is momenteel geen business case voor.”

Attractieve oplossing

Grootschalige hergebruik van CO2 (CCU – carbon capture usage) beschouwt Van Beek als een vervolgstap van CCS. Hij wijst ook op het scala van andere interessante duurzame technologieën die in ontwikkeling zijn en zich deels nog in het laboratoriumstadium bevinden. “Daarbij is het goed te beseffen dat het in onze sector gaat om miljardeninvesteringen voor de lange termijn. Daarom dringen we als VNPI in het kader van het Klimaatakkoord aan op duidelijkheid en voorspelbaarheid. Niet door als overheid te bepalen welke duurzame technologie het moet worden, maar door te zorgen voor heldere prikkels, bijvoorbeeld CO2-beprijzing, en daar stabiel in te zijn.” Door zelf vooraf een duurzame technologie op te leggen, drijf je als overheid de inventiviteit naar het resultaat toe, waarschuwt Van Beek. “Het grote gevaar daarvan is dat we met z’n allen dan een andere creatieve en economisch meer attractieve oplossing over het hoofd zien.”

“Willen we de energietransitie laten slagen, dan zullen we Nederland aantrekkelijk moeten houden voor de industrie”, aldus Van Beek. “Want als we dat niet doen, vindt die transitie dus niet in Nederland plaats, maar belangrijker nog: ook niet elders. Je zal bedrijven moeten verleiden om te investeren in dit soort projecten.”

×Close search
Zoeken