skip to Main Content

Ontgassen van binnenvaarttankschepen: de proefontgassingen zijn gestart

Binnenvaartschepen zijn essentieel voor het vervoer van de producten van VNPI-leden. Bij het lossen van hun lading, blijft er restlading achter. Als die restlading de volgende lading zal vervuilen, moet het ruim echt leeg. Schepen ontgassen dit restant in de tanks door het te verdampen met ventilatoren. De ladingdampen worden op deze manier uit de ladingtanks en leidingen naar buiten geblazen. Maar ontgassen in de buitenlucht is slecht voor het milieu, scheepsbemanning en omwonenden.

Om deze reden is in het de milieuregelgeving voor de binnenvaart – de CDNI (Convention relative à la collecte, au dépôt et à la réception des Déchets survenant en Navigation rhénane et Intérieure) –– vastgelegd dat varend ontgassen in stappen wordt verboden. Dat betekent dat er een alternatief moet komen om de restlading uit het ruim te krijgen. Dat kan met ongassingsinstallaties. In Nederland staan er hiervan twee: in Rotterdam en in Moerdijk. Dat is onvoldoende capaciteit als het verbod in werking treedt. Daarom heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen, een kwart miljoen euro subsidie beschikbaar gesteld om te experimenteren met mobiele ontgassingsinstallaties. Dit zal voornamelijk gebeuren in havengebieden waar veel overslag plaatsvindt.

Convenant

“Het dossier bestaat al sinds 2013”, vertelt VNPI-adviseur Ed Wijbrands. “De Rijnoeverstaten Nederland, Duitsland, Frankrijk, België, Zwitserland en ook Luxemburg zijn in een convenant overeengekomen dat het varend ontgassen aan banden gelegd moest worden.” In eerste instantie werd ingezet op het verminderen van de noodzaak voor ontgassingen met dedicated vervoer, ofwel eenheidstransporten. Doordat een schip maar één product vervoert, zal de restdamp de volgende lading niet vervuilen en is er dus geen noodzaak om te ontgassen. Daarnaast is de afgelopen tien, vijftien jaar een grote slag gemaakt in de binnentankvaart met het moderniseren van de vloot. Er zijn nu bijna uitsluitend dubbelwandige tankers die gladde wanden hebben en goed zijn te legen. Ze hebben een veel kleinere restlading en zijn daardoor prima geschikt voor wisselladingen.

Afval/geen afval

In het Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en Binnenvaart is een en ander vastgelegd. “Maar implementatie en uitvoering in de praktijk blijken nog lastig”, constateert Wijbrands. “Zoals gezegd zijn er nog weinig installaties die verwerking van restdampen aankunnen binnen de gestelde normen. Belangrijk is dat het verdrag nadrukkelijk stelt dat restdampen in het schip niet als afval worden geclassificeerd.” En daar wringt de schoen, want in de Nederlandse wetgeving wordt een restgas in een ontgassingsinstallatie als afvalstoffenverwerking gezien”, legt Wijbrands uit. Een impasse. “De regelgeving stelt dat iets afval is als je ervan af wil. Maar deze dampen zijn geen afval. Dit is product en kent dezelfde mogelijkheden en nuttige toepassing als de lading waar die deel van uitmaakte. Alleen als het bevoegde gezag volhardt, krijg je automatisch te maken met afvalverwerking en dat moet aan allerlei wetgeving voldoen. Dat geldt ook voor installaties. Een raffinaderij kan misschien best ontgassen, maar als de installatie moet voldoen aan de regels van afvalverwerking wordt het heel gecompliceerd.”

Verantwoordelijkheid van de staat

Gebleken is dat er dringend behoefte is aan mobiele installaties. Inmiddels zijn in Nederland wel pilots gestart met mobiele installaties. Wijbrands voelt dat alle belanghebbende partijen, zoals overheden en bedrijfsleven, een sterke drive hebben om een oplossing te vinden om uit de impasse te komen. “Er zijn altijd mogelijkheden om deze installaties echt aan het werk te zetten. Maar het moet wel uit de afvalhoek, want met de bestaande wetgeving ga je er dan niet uitkomen. Belangrijk is dat het CDNI het verbod op ontgassen heeft gekoppeld aan een gebod voor de lidstaat om voor voldoende ontgassingscapaciteit te zorgen. Nederland compliceert deze opgave door de restdampen als afval te kwalificeren. Uit navraag bij de Europese koepel blijkt dat andere lidstaten de restdampen ook in de ontgassingsinstallatie als product blijven beschouwen.”

Pilots

Ron van Gelder is senior adviseur van het Havenbedrijf Rotterdam, dat faciliteert in het pilotproject. “We helpen waar nodig en brengen partijen bij elkaar, maar we bieden zelf geen ontgassingsinstallatie aan.” Van Gelder vertelt dat er een taskforce is opgezet om uit de impasse te komen. Naast het vraagstuk afval/geen afval ging het om financiering en handhaving tijdens de pilot. “Tijdens de proefnemingen is een gedoogsituatie gecreëerd; de installaties hoeven niet te voldoen aan de afvalregelgeving. Er zijn nu vijf installaties die tot de proefnemingsfase zijn toegelaten. Die kunnen in de toekomst met een redelijk nuttige toepassing worden uitgerust.” In de pilot wordt vooral gekeken of de aangeboden installaties veilig zijn en of de uitstoot uiteindelijk binnen de normen valt. Eind november van dit jaar moeten alle vijf mobiele installaties zijn getest en kunnen de resultaten verwerkt worden.

Gedoogsituatie

Punt is en blijft echter dat mogelijke geïnteresseerde partijen niet het vergunningentraject in willen als afvalverwerker. De gedoogsituatie, zoals die tijdens het uitvoeren van de pilots bestond en bestaat, zal niet eeuwig houdbaar blijken. Van Gelder: “De proefnemingen lopen tot in november 2020. Dan zullen we een beeld krijgen welke installaties voldoen en komt er een eind aan de gedoogsituatie. Komt nog bij dat bedrijven die hierin geïnvesteerd hebben, op een goed moment hun investering willen terugverdienen. Zij zoeken naar toepassingen voor het eindgebruik, maar dat vraagt om nieuwe investeringen.” Het verhaal is nog niet rond, nog afgezien van het feit dat behalve Nederland ook de Rijnoeverstaten akkoord moeten gaan. “De vijf installaties uit de pilot staan in principe in de loop van november klaar. Maar er valt politiek nog wel wat te doen.”

Tijdsplan

Vooralsnog heeft de overheid wel een tijdsplan neergelegd. Als varend ontgassen eenmaal niet meer mag, moeten schepen de restdampen op aangewezen plekken kunnen afgeven aan ontgassingsinstallaties. Het verbod wordt in drie fasen ingevoerd:

  1.    2021: verbod op benzeen en motorbrandstoffen. Dit zijn de meest vervoerde stoffen in de binnenvaart;
  2.    2023: verbod op benzeenachtige vloeistoffen;
  3.    2024: verbod op resterende meest vervoerde stoffen (ongeacht het benzeengehalte).
×Close search
Zoeken