skip to Main Content

Mobiliteitssector draagt graag bij aan transitie naar duurzame vervoersmarkt

De doelen van het Klimaatverdrag van Parijs en het aanstaande Nederlandse Klimaatakkoord zullen op vele plekken voelbaar zijn, ook in de mobiliteitssector. Om klimaatverandering tegen te gaan, willen we onze samenleving verduurzamen en dit zal zijn weerslag hebben op verschillende onderdelen in ons dagelijks leven. “De mobiliteitsbranche draagt graag bij aan de transitie naar een duurzame vervoersmarkt en kent ook al een reeks van manieren om CO2-emissies tegen te gaan”, licht adjunct-directeur marketing Hélène Hol van VNPI toe. 

In onze samenleving neemt mobiliteit een belangrijke positie in. Mobiliteit zorgt voor de economische waarde en bedrijvigheid, maar ook voor vrijheid om te gaan en staan waar we willen. In 2016 werd bijna driekwart van de gereisde kilometers per personenauto afgelegd (incl. taxi’s en deelauto’s). “Auto’s zijn als vervoermiddel dus een onmisbaar deel van onze huidige manier van leven”, verduidelijkt Hol. Ze geeft aan dat het aandeel in de totale CO2-uitstoot in Nederland van het wegverkeer in 2016 veertien procent was.

Het huidige Nederlandse wagenpark bestaat uit ruim acht miljoen auto’s met een gemiddelde leeftijd van 10,2 jaar. Het merendeel rijdt op fossiele brandstoffen en slechts drie procent wordt anders voortgedreven. “Om aan de klimaatopgave te voldoen, zal de mobiliteitssector moeten veranderen en binnen de VNPI werken we daar als sector graag actief aan mee”, aldus Hol. Ze legt uit dat oliemaatschappijen, naast plaatsing van laadinfrastructuur voor batterij-elektrische wagens bij hun tankstations, ook alternatieve brandstoffen ontwikkelen zoals LNG, CNG, E10 (bio-ethanol aangelengde benzine) en waterstof.

Geen silver bullet

Het is gangbaar om bij toekomstige mobiliteit te denken aan batterij-elektrische voertuigen, maar er zijn veel meer (brandstof)keuzes mogelijk. “Alternatieven zijn er volop. Daarmee dient het centrale doel leidend te blijven, namelijk verlaging van CO2-emissies op een technologie-neutrale en kosten-efficiënte manier”, aldus Hol. Binnen de toekomstige vervoersmarkt zal er, stelt ze, geen zogenoemde silver bullet zijn die geschikt is voor alle vervoersmodaliteiten. “Op maat gemaakte oplossingen zullen uiteindelijk voor de consument het goedkoopst en duurzaamst zijn en dus het aantrekkelijkst.” Dit betekent bijvoorbeeld dat waar elektrische auto’s een uitstekende oplossing kunnen bieden voor verkeer binnen de stad, dit in mindere mate kan gelden voor interstedelijk transport. Maar ze legt ook uit dat met bijvoorbeeld (biologische) enzymentechnologie motor- en brandstofefficiëntie grote verbeteringen kunnen doormaken. “Dergelijke drop-in maatregelen hebben de mogelijkheid van vandaag op morgen onze transportemissies te reduceren.

Aantrekkelijk

Het netwerk van tankstations waarmee het Nederlandse wagenpark nu van brandstoffen wordt voorzien, is heel uitgebreid. Hol: “Het is aantrekkelijk om deze bestaande infrastructuur te gebruiken voor een efficiënte transitie naar een duurzame vervoersmarkt.” Tankstations zijn inmiddels uitgerust met CNG, LNG en in mindere mate met E10. “Deze laatste alternatieve brandstof zal naar verwachting medio 2019 breed op de Nederlandse markt worden aangeboden.”

Hoge vlucht

Elektrisch rijden zal samen met andere alternatieve brandstoffen het komende decennium een hoge vlucht nemen. Hol: “VNPI-leden zien veel mogelijkheden in die nieuwe duurzame markt. Een aantal leden, zoals BP, EG en Total, stapt nu in de markt voor elektrisch rijden met het plaatsen van laadpalen bij hun tankstations langs snelwegen en op hun binnenstedelijke locaties. En VNPI-lid Shell, betrad deze markt inmiddels via de overname van NewMotion, een van de grootste spelers op het gebied van laadpalen in Europa.” Ze geeft aan dat andere leden overnames in dit nieuwe duurzame marktsegment ook niet uitsluiten.

×Close search
Zoeken