skip to Main Content

Klimaatplannen kabinet zetten investeringen industrie onder druk

Het vandaag gepresenteerde politieke klimaatpakket van het kabinet zet duurzame investeringen van de Nederlandse industrie onder druk. De heffing die het kabinet voorstelt, zet industriële bedrijven op achterstand ten opzichte van het buitenland. Hierdoor wordt waarschijnlijk eerder het tegendeel bereikt van wat we met zijn allen willen, namelijk een groene koploper worden. Het pakket doet daarmee onvoldoende recht aan de belangrijke bijdrage die grote en kleine industriële bedrijven leveren aan de economie, werkgelegenheid, onderwijs en onderzoek. In het eerdere gepubliceerde SER-advies kwam deze balans beter tot zijn recht.

Het is in het gehele traject de intentie geweest om te werken met een combinatie van verleiden en beprijzen; oftewel de ‘wortel’ en de ‘stok’. Deze balans blijkt nu doorgeslagen naar alleen nog maar de ‘stok’, namelijk een CO2-heffing bovenop de ETS-prijs en een flink hogere bijdrage aan de ODE. Dit kan en mag de bedrijven niet dwingen tot onrendabele investeringen. Het prijst Nederlandse bedrijven uit de internationale markt, belemmert investeringen in duurzame innovaties en bedreigt daarmee de werkgelegenheid in de industrie en aanpalende bedrijfstakken.

De Nederlandse industriebedrijven zien daarnaast nog veel onduidelijkheden in de klimaatplannen van het kabinet, die de onzekerheid versterken. Zo is niet duidelijk wanneer de heffing ingaat en hoe wordt omgegaan met factoren als niet-beschikbare infrastructuur.

Het recente advies van de SER had een betere balans. Dit advies is breed en bestaat uit vier pijlers: versterking van de regionale aanpak; versterking van arbeidsmarkt- en scholingsbeleid; bevorderen van innovatie en investeringen in nieuwe technologieën; en beprijzen van vermijdbare CO2-uitstoot om vernieuwing te versnellen. Dit plan versterkt de positie van industriële bedrijvigheid in regio’s zoals Zeeland, Limburg en Groningen. Dat is belangrijk, aangezien deze regio’s extra kwetsbaar zijn ten opzichte van de omringende landen en industriegebieden en de SER heeft daar terecht op gewezen.

De industrie wil betrokken worden bij de verdere uitwerking. Wij geloven dat Nederland voorop kan lopen in de wereld, maar deze aanpak maakt het in de praktijk buitengewoon moeilijk voor veel van onze bedrijven. Buitenlandse hoofdkantoren begrijpen niet waar Nederland nu heen wil. De industrie in Nederland zal zich ondertussen blijven inzetten om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Als het ergens kan, dan in Nederland.

Noot voor de redactie: Voor mediaverzoeken is uw contactpersoon Roderik Potjer, Hoofd communicatie & public affairs Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI). Tel. 06-39944229, Mail potjer@vnci.nl.

VNCI: De Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) vertegenwoordigt direct of indirect meer dan 600 ondernemingen binnen de chemische industrie.
VEMW: De Koninklijke Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW) behartigt de belangen van bedrijven en instellingen die warmte, elektriciteit, gas en water gebruiken. VNPI: De Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) vertegenwoordigt 13 petroleumindustriemaatschappijen in Nederland op nationaal en Europees niveau.
VNP: De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Papier- en Kartonfabrieken verenigt 22 productielocaties voor papier en karton.
VNMI: De Vereniging Nederlandse Metallurgische Industrie (VNMI) is de brancheorganisatie van Nederlandse producenten van ruwe metalen en metaallegeringen en halffabricaten daarvan.

FME: FME is de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie. De 2.200 aangesloten bedrijven zijn technostarters, handelsbedrijven, middelgrote en kleine industrie (mki) en grote industrie/multinationals die actief zijn in de sectoren metaal, elektronica, elektrotechniek en kunststof.

×Close search
Zoeken