skip to Main Content

Hernieuwbare olie uit plastic – deel 1

Een volgende stap in de bedrijfsstrategie die zich richt op meer CO2 besparende en minder milieubelastende brandstoffen. Met dat doel neemt brandstoffenleverancier Den Hartog deel aan het Nederlands-Belgisch consortium dat ‘de eerste rendabele olie-uit-plasticfabriek’ gaat bouwen. “We worden ook een beetje producent van low-carbon fuel”, verduidelijken de eigenaren, Dik den Hartog en Barend van Kooten, van het Zuid-Hollandse familiebedrijf de deelname in het project.

Krachtige combinatie

Het Nederlands-Belgisch consortium bestaat uit aannemer en technisch dienstverlener Joh.Mourik en dochteronderneming Petrogas, Den Hartog BV en de Belgische afvalverwerker RenaSci. “De kracht zit hem in de combinatie van die partijen”, verduidelijkt Van Kooten. Met Mourik dat met zijn bedrijfsdivisie BlueAlp het patent heeft op het nieuwe plastic-naar-olie-procedé, Petrogas dat als ontwerp- en constructiebureau voor de olie- en gasindustrie instaat voor de bouw van de nieuwe fabriek, RenaSci dat verstand heeft van afvalverwerkingsconcepten, en Den Hartog voor het vermarkten van het eindproduct. In dit geval is dat diesel die voldoet aan de EN590 norm.

Bewezen technologie

De nieuwe recyclingfabriek die verrijst op het terrein van RenaSci in Oostende, gaat vanaf volgend jaar olie winnen uit moeilijk te verwerken plasticsoorten, met dus als eindproduct CO2-uitstoot besparende diesel. Deze plastics, zoals landbouwplastics en folies, worden nu nog verbrand of gestort. Van Kooten legt uit dat de BlueAlp-technologie zich al bewezen heeft in een proeffabriek in Zwitserland in 2015. Die inmiddels weer ontmantelde fabriek was echter te klein om rendabel te draaien. Zijn verwachting dat de fabriek in Oostende – met op jaarbasis een verwerkingscapaciteit van 21.000 ton afvalplastic – wel met winst gaat draaien, heeft te maken met dat RenaSci daar verschillende afvalstromen recyclet. Jaarlijks komt er totaal 120.000 ton afval binnen. “De olie-uit-plasticfabriek is onderdeel van een overkoepelend afvalverwerkingsecosysteem en daarmee rendabel te exploiteren”, aldus aannemer Mourik in een toelichting op het project.

Bedrijfsstrategie

“Het concept is zo interessant omdat van al het afval dat er binnenkomt weer een product wordt gemaakt, bijvoorbeeld ook biokool-pellets. Dat maakt dat de businesscase standhoudt”, licht Van Kooten nader toe. Hij legt ook uit dat Den Hartog behalve klant via een minderheidsbelang in BlueAlp en Petrogas ook aandeelhouder wordt van de olie-uit-plasticfabriek, net als RenaSci. “We worden voor een stukje zelf ook producent van low-carbon fuels. Maar we doen in het hele verhaal dus alleen mee in het olie-uit-plastic deel. Omdat we daarmee verder invulling geven aan onze bedrijfsstrategie die zich richt op meer CO2 besparende en minder milieubelastende brandstoffen.” Van iedere kilo plastic die de fabriek aan de voorkant in gaat, komt er aan de achterkant circa 0,9 liter olie uit, rekent hij de productiecapaciteit van de fabriek voor.

Leerproces

Als mede-aandeelhouder is Den Hartog samen met andere aandeelhouders aan het kijken hoe de technologie van olie-uit-plastic verder vermarkt moet worden. “In principe kun je die fabrieken over de hele wereld neerzetten. Als landelijke speler denken wij niet op die schaal. Maar als er in Nederland en België nog fabrieken bij komen, zijn we zeker ook geïnteresseerd in deelname.” Maar hij benadrukt dat voor het zover komt eerst de fabriek in Oostende ‘in topconditie’ moet zijn. “Voor elke nieuwe fabriek geldt dat het eerste jaar een leerproces is waarin de productie nog verder kan worden geoptimaliseerd. Dus daar nemen we nu eerst de tijd voor. Dan kun je bij een tweede, derde of vierde fabriek ook veel sneller schakelen.”

Blauwe diesel

Over hoe die ‘diesel-uit-plastic’ precies zal worden vermarkt, heeft Den Hartog nog geen knopen doorgehakt. Maar Van Kooten geeft alvast een voorzet: “Ik denk dat die een plek krijgt in onze CO2 Saving Diesel-lijn.” Afnemers van deze uitstoot besparende ‘blauwe diesel’ zijn met name partijen in de business-to-business markt: “Behoefte eraan hebben vooral bedrijven die moeten scoren op MKI-waardes (Milieu Kosten Indicator), met name partijen die aan de overheid leveren, omdat die bij projecten heel scherp stuurt op CO2-uitstoot.“ Als voorbeelden noemt hij transportbedrijven en wegenbouwers, maar ook de aggregaten op het RenaSci-complex bij Oostende gaan erop draaien.

×Close search
Zoeken