skip to Main Content

Externe maatregelen geven raffinaderijen weg aan voor emissiereductie

Nederlandse raffinaderijen kunnen tot 2030 en ook tot het ‘Parijs’ doeljaar 2050 significant bijdragen aan de reductie van CO2emissies door de industrie. Uit het onderzoek dat DNV GL deed in opdracht van de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI), blijkt dat de realisatie van dit reductiepotentieel sterk afhangt van externe randvoorwaarden. Adviseurs Ben Römgens en Mieke Dams van de Nederlandse vestiging van het Noorse adviesbureau lichten de uitkomsten van de studie toe. 

Reductie van 43 procent 

De studie toont aan dat de CO2-emissie van de Nederlandse raffinagesector (inclusief emissies van ingekochte elektriciteit en waterstof) tegen 2030 per jaar 5,5 miljoen ton lager kan zijn dan in 2017, een reductie met 43 procent. “Met ruim 4 Mt/y levert de afvang en opslag van CO2  (CCS) de grootste emissiereductie omdat het op dit moment de enige beschikbare technologie is voor grootschalige opslag”, legt Römgens uit. De resterende reductie komt van minder energieverbruik door efficiëntiemaatregelen (1,1 Mt/y), elektrificatie (bij het gebruik van groene stroom) en levering van restwarmte.  

Van de 4,1 Mt/y door carbon capture komt 1,1 Mt/y van CO2-afvang bij het raffinageproces zelf. De overige drie miljoen ton komt van CCS bij de productie van waterstof op SMR-installaties (Steam Methane Reforming). Door de afvang van CO2 wordt ‘blauwe’ waterstof geproduceerd als grondstof voor het raffinageproces. De SMR-installaties staan niet allemaal bij de raffinaderijen zelf. Römgens en Dams becijferden het CCS-aandeel van externe leveranciers van blauwe waterstof op 1,9 Mt/y.  

Externe randvoorwaarde 

De realisatie van de door DNV GL getekende ‘decarbonisatie roadmap 2030’ vraagt een investering van ruim 3,7 miljard euro op de raffinaderijen. Behalve enkele energie-efficiëntie maatregelen zijn alle opties voor emissiereductie nu nog verlieslatend. “Met maatregelen als een hogere CO2 prijs, SDE+ subsidies, hogere verkoopprijzen voor warmte en stimulering van de vraag moet de business case passend gemaakt worden”, luidt een externe randvoorwaarde in het onderzoek. Andere condities ‘buiten het hek’ die Römgens en Dams noemen, betreffen de aanleg van een infrastructuur voor CCS, de aanleg van warmtenetten, en ‘vergroening’ van het elektriciteitsnet. 

Dams: “Raffinaderijen hebben voor het investeren in emissiereductie behoefte aan een stabiel klimaat en langetermijn vergroeningsbeleid. Je moet de sector ook niet alleen in een Nederlandse context zien. Raffinaderijen moeten wereldwijd competitief zijn, of op zijn minst binnen de Europese Unie. Het is dus gerechtvaardigd om te veronderstellen dat op z’n minst enkele raffinaderijen uit Nederland zouden verdwijnen, als die investeringen niet door de overheid geneutraliseerd zouden worden zolang de CO2-prijs de business case niet passend maakt.” 

Drie roadmaps tot 2050 

Voor de periode 2030 – 2050 (doeljaar van het Parijs-akkoord) zijn er in het DNV GL onderzoek drie mogelijke roadmaps uitgewerkt: maximale ontwikkeling en toepassing van carbon capture, (groene) waterstof als brandstof, of elektrificatie van (nu gasgestookte) raffinage-procesovens. Alle drie de roadmaps vergen ‘binnen het hek’ (vele) extra miljarden investeringen (respectievelijk 19, 7,7 en 17 miljard euro), en ook doorbraken in technologie. Zoals voor de periode tot 2030, staat of valt de realisering van iedere roadmap met de invulling van een aantal externe randvoorwaarden, zoals infrastructuur voor CCS , H2, groene elektriciteit en warmte en vervolgens ook voldoende aanbod van blauw/groene waterstof en groene elektriciteit. Voor realisatie van de elektrificatie-roadmap moet er zelfs continu 3.275 MW groene stroom beschikbaar zijn en moet de elektriciteitsinfrastructuur honderd procent betrouwbaar zijn.  

Mix van opties 

Dams: “Nu is het nog moeilijk in te schatten welke roadmap dominant zal zijn. Waarschijnlijk wordt het een mix van de drie opties, met behoorlijke verschillen per raffinaderij.” Een commerciële doorbraak van zowel grootschalige productie van groene waterstof via elektrolyse als van elektrificatie van grote procesovens verwachten beide onderzoekers pas na 2040. “Elektrolyse voor de productie van groene waterstof bestaat al; maar nog niet op grote schaal, vooral vanwege de zeer hoge investeringskosten”, licht Dams nader toe. Verder onderzoek is nodig om de investeringskosten te drukken. “Verder heb je voor de productie van groene waterstof ook groene elektriciteit nodig. Zolang je met een grijs elektriciteitsnet zit, is het voor het milieu beter om waterstof te produceren op een SMR installatie dan via elektrolyse.”  

Van elektrificatie van procesovens moet de haalbaarheid nog worden bewezen. Dams: “Fundamenteel onderzoek moet nog aantonen wat technisch haalbaar is en wat niet.”Römgens trekt het breder: “Niet alleen voor de raffinagesector, maar voor de hele chemische industrie geldt dat het om zulke complexe fabrieken gaat, dat je hier een breed pallet aan bewezen technologieën voor nodig hebt, voordat je er tempo mee kan maken.” 

Meer monteurs, installateurs en ontwerpers nodig 

De DNV GL-studie noemt bij de roadmaps nog twee randvoorwaarden: ‘valorisatie routes voor fuel gas’ en ‘scope 2 CO2 reducties toekennen aan de sector’. De eerste betreft het creëren van afzetmarkten voor het overschot aan fuel gas dat ontstaat als raffinaderijen dit bijproduct door verduurzaming niet zelf meer gebruiken als brandstof. Bij de tweede randvoorwaarde gaat het om het toerekenen van CO2 winst bij de levering aan derde partijen van duurzame warmte, groene stroom en CO2 aan de raffinage sector zelf in plaats van aan die derde  partijen, zoals nu gebeurt. Dams noemt tot slot nog een belangrijke voorwaarde: “Meer goed opgeleide monteurs, installateurs en ontwerpers. Niet voor niets trekt UNETO-VNI daar de laatste maanden zo hard voor aan de bel. De sector heeft die mensen nu gewoon in groten getale nodig.”  

×Close search
Zoeken