skip to Main Content

Raffinagesector stuwt concurrentiekracht Nederlandse chemie

De raffinagesector in Nederland draagt bij aan de nationale economie én vergroot de concurrentiekracht van de hele Nederlandse chemische industrie. Dat is de voornaamste uitkomst van de studie van het advies- en onderzoeksbureau Ecorys naar het belang van de raffinagesector voor Nederland. De onderzoekers stellen dan ook dat zonder olieraffinaderijen in ons land het vestigingsklimaat van met name de chemische en kunststofindustrie, maar ook van andere aanverwante sectoren, aanzienlijk zou verslechteren.

In hun inleiding stellen Ecorys-onderzoekers Manel van der Sleen en Maurice Thijsen vast dat de raffinagesector sterk gelooft in de eigen langetermijn positieve impact op de Nederlandse economie en samenleving. Met behulp van korte- en langetermijn innovatiethema’s probeert de sector invulling te geven aan de nationale CO2-reductiedoelstellingen. Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat het belangrijk is hierbij rekening te houden met het concurrentievermogen, “wat wederom ook van belang is voor de economische en maatschappelijke welvaart.” Hiervoor heeft Ecorys – in opdracht van VNPI – de huidige toegevoegde waarde van de raffinagesector in kaart gebracht, ook met oog op de decarbonisatie van de maatschappij.

Spillover-effecten

De onderzoekers onderwierpen de raffinagesector aan een economische impactanalyse en zetten ook spillover-effecten op het gebied van innovatie, concurrentievermogen en leveringszekerheid naar nevensectoren op een rij. “Er moet niet te licht worden gedacht over een raffinaderij als economische activiteit”, licht Van der Sleen de onderliggende boodschap van het onderzoek toe. “Een raffinaderij produceert niet alleen brandstoffen, maar ook grondstoffen voor de chemische en petrochemische industrie. Al die bedrijven zoeken elkaar ook op. Het zijn clusters van aanverwante partijen die, doordat ze dicht bij elkaar zitten, beter met de rest van de wereld kunnen concurreren. Vooral in de Rotterdamse haven zie je dat heel sterk.” Door de aanwezigheid van raffinagebedrijven kunnen de verbonden bedrijven in de Rotterdamse haven hun producten op een efficiënte manier produceren.

Essentiele schakel

Een eyeopener van het onderzoek, noemt mede-onderzoeker Thijsen de impact van de relatief kleine nationale raffinagesector (0,36% van het BBP) op niet alleen het hele Nederlandse chemiecluster (2,8% van het BBP), maar ook op de chemische sector in de Antwerpse haven en het Ruhrgebied. “Raffinaderijen vormen een essentiële schakel in het hele internationale chemiecluster. Als je de raffinaderijen uit dit cluster knipt, heeft dit negatieve economische gevolgen voor de chemische sector tot over de landsgrenzen heen.” Samen zijn de raffinagesector en de chemische industrie volgens het CBS verantwoordelijk voor 30% van de Nederlandse export, van in Nederland gemaakte goederen.

Concurrentievoordeel

Op het VNPI Jaardiner op 27 november in Den Haag stond VNPI-directeur Erik Klooster in zijn inleiding naar aanleiding van de Ecorys-studie ook stil bij de ‘verknooptheid’ van de raffinagesector met de (petro)chemische industrie en bij het concurrentievoordeel wat dit voor deze sectoren oplevert. “De nabijheid van de raffinagesector vergroot de concurrentiekracht van andere verweven sectoren. Onze aanwezigheid is een belangrijke reden dat de chemie in Nederland is gebleven en competitief blijft met chemieclusters elders in de wereld.”

Bijdrage aan energietransitie

Raffinaderijen kunnen ook een belangrijke bijdrage leveren aan de maatschappelijke doelstellingen in de energietransitie, luidt een andere bevinding van het Ecorys-onderzoek. De investeringskracht en het innoverend vermogen van de sector faciliteren de introductie van nieuwe energietechnologieën die de duurzame ontwikkeling versnellen. Ook kunnen de huidige systemen van raffinaderijen worden gebruikt voor het opschalen van duurzame energiedragers en energiesystemen. Voorbeelden van dit soort projecten zijn het H-Vision project (door o.a. Air Liquide, BP en Shell) en de ontwikkeling van biobrandstof uit algen (door ExxonMobil). De onderzoekers tekenen in dit verband aan dat in de huidige situatie, waarin het nog niet duidelijk is hoe de energievoorziening van de toekomst eruitziet, de aanwezigheid van de raffinagesector de flexibiliteit van de energieportfolio van Nederland vergroot. Ze wijzen daarbij op de kans dat aardolieproducten, al dan niet in combinatie met CO2-opvang en -opslag (CCS), in de overgangsfase of zelfs in een volledig klimaatneutraal energiesysteem een rol kunnen blijven spelen: “De aanwezigheid van de raffinagesector kan een bijdrage leveren aan het vergroten van de beschikbare opties om in onze toekomstige energie- en grondstoffenbehoefte te voorzien.”

×Close search
Zoeken