skip to Main Content

Tankstation-ondernemer Reijnen zit bij veiling niet bij pakken neer

Het tankstation aan de A67 bij Venlo wordt al sinds 1978 geëxploiteerd door Thijs Reijnen BV. Maar daar kan in 2022 verandering in komen, want dan is ook dit particulier uitgebate station aan de beurt om te worden geveild. Het familiebedrijf zou het station graag blijven uitbaten, maar schat de kans dat het eigen bod straks wint op hooguit fifty-fifty. Maar bij verlies van de huurrechten zit het bedrijf niet bij de pakken neer. Dan gaat het meebieden op een ander rijkswegstation of een station pachten dat niet aan een snelweg ligt.  

Bij Venlo, gelegen aan de A67 op een steenworp van de Duitse grens (locatie Zwarte Water), is het onder BP-vlag geëxploiteerde station bepaald geen doorsnee Nederlands tankstation, benadrukt mede-uitbater Bram Reijnen. “We hebben veel doorgaand vrachtverkeer naar Duitsland als klant. Brandstof is in Duitsland goedkoper, maar dankzij Routex (BP’s internationale tankpasnetwerk samen met onder meer Total en Aral, red.) is de korting die we bieden voor transporteurs toch interessant.” En ook van automobilisten op doorreis moet het station het hebben. “Omdat die niet van de snelweg afgaan, op zoek naar een goedkoper station”, legt Reijnen uit. Inwoners van Venlo en omgeving komen daarentegen amper bij het station aan de pomp: “Die rijden om te tanken wel snel even de grens over.”

Ziel en zaligheid

Nadat zijn vader Thijs in 1978 begon als uitbater van het station, runt Bram Reijnen het nu met zijn broer Roy, samen met twintig medewerkers. Daarnaast verhuren de broers een tweede station aan de EG Group, het Britse bedrijf achter de Esso-stations. Happig op het in 2002 ingevoerde veilingsysteem zijn de broers zeker niet. “Het komt erop neer dat je je eigen bedrijf moet gaan terugkopen, met ook het risico dat je het kwijt raakt, want de grote maatschappijen hebben meer financiële armslag dan wij. Terwijl je er als ondernemer nu iedere dag je hele ziel en zaligheid in stopt.”

Investeren in verduurzaming

De aanstaande veiling maakt ook beslissen over nieuwe investeringen in het station lastig. “Actueel is nu investeren in de verduurzaming. Maar met die veiling voor de deur wordt dat in ons geval moeilijk, want je weet niet of je bedrijf straks nog van jou is.” De vergoeding voor deze investeringen bij overnames is niet goed geregeld. Niettemin zetten de broers waar mogelijk in op verduurzaming: zo waren ze in 2016 met hun station voorloper met het mogelijk maken van het tanken van Adblue voor schonere diesels. Daarom zitten ze nu ook niet stil. “Ondanks dat het met al het vrachtverkeer dat komt tanken heel krap is op het terrein, investeren we dit jaar wel in een laadpaal met twee opstelplaatsen om te proberen elektrische rijders als klant aan ons te binden.”

Inzet is het station behouden

Hoe bereiden de broers zich voor op de veiling over twee jaar? Bram: “Eigenlijk kun je je daar niet op voorbereiden. We houden in de gaten wat er bij de vorige veiling voor biedingen zijn geweest en ook op basis van ons eigen volume en de shop-omzet beraden we ons dan op het bod dat we zelf op ons station kunnen uitbrengen. In de hoop dat we het kunnen behouden, want dat is onze inzet. Mijn broer en ik zijn nog dusdanig jong dat we echt nog niet op onze lauweren willen gaan rusten.”

Topdeelregeling

Omdat het station voor de eerste keer wordt geveild, profiteren de broers wel van de topdeelregeling. Die houdt in dat als een zittende concessiehouder het hoogste bod uitbrengt op de eigen locatie, deze dan aan de Staat het verschil moet betalen met het tweede bod, maar met een maximum van 30%. De regel geldt niet meer voor stations die voor de tweede keer worden geveild. Bram: “De regel is inderdaad voordelig voor een zittende huurder, maar ook dan blijft opbieden tegen de grote maatschappijen voor ons als particuliere exploitant lastig. Dat zie je ook aan het resultaat van het veilingsysteem. Het idee erachter was dat er meer concurrentie zou komen op de markt, maar veel veranderd is er niet sinds 2002.”

Niet voor het oprapen

In het geval dat de broers Reijnen hun station aan de A67 straks toch kwijtraken aan een hogere bieder, zal dat geen nadelige gevolgen hebben voor hun twintig werknemers, verzekert Bram Reijnen: “Die komen dan in dienst van de nieuwe huurder.” Zelf zijn de broers dan van plan om een bod uit te brengen op een ander rijkswegstation of een station te pachten dat niet aan een snelweg ligt, bijvoorbeeld in een dorpskern. “Andere locaties liggen niet voor het oprapen, maar we proberen dan in elk geval wel werkzaam te blijven in de branche.” Wat dat betreft biedt het tankstation dat de broers nu aan de EG Group verhuren wellicht nog een kans: “Dat wordt een jaar later geveild. Mochten we dat dan kunnen behouden, dan kunnen we daar misschien zelf de exploitatie van gaan doen.”

Verkoop van broodjes loopt altijd wel

Vanwaar die grote trouw aan de tankstationbranche, waar ze destijds via hun vader in zijn gerold? Bram: “De marges op de verkoop van brandstoffen mogen dan smal zijn, de shopomzetten zijn nog wel interessant, want eten en drinken blijven de mensen toch doen en daar verdienen we het grootste deel van ons geld mee. Dat geldt ook voor een station in een dorp, zeker als je in de buurt van een industrieterrein zit. Dan loopt het bakken en smeren van verse broodjes ook wel. Als je er dan nog een wasstraat of aanhangwagenverhuur bij hebt, kun je daar echt wel een goede zaak draaien.”

×Close search
Zoeken