biobrandstof
CO2 reductie
verduurzaming

Low Carbon Liquid Fuels (LCLF’s) als biodiesel en biokerosine bieden grote kansen voor Nederlandse raffinaderijen. Dat bleek op maandag 22 november, tijdens een door de VNPI georganiseerd webinar.

Het webinar kwam in de plaats van het VNPI Jaardiner, dat vanwege de ernstige situatie aan het ‘coronafront’ op de lange baan was geschoven. Voor de vervangende Teams-meeting hadden zich zes panelleden verzameld in de Malietoren in Den Haag: VNPI-directeur Erik Klooster, gespreksleider Esther van Rijswijk, onderzoeker Mieke Dams, ambtelijk secretaris Eric van den Heuvel van het Platform Hernieuwbare Brandstoffen en Sandor Gaastra, directeur-generaal Klimaat en Energie op het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het webinar werd daarnaast online gevolgd door ongeveer 110 belangstellenden.

Het programma was opgebouwd rond de presentatie van het eerste deel van het rapport ‘Het potentieel van LCLF’s in de Nederlandse raffinage in 2050’, dat in opdracht van de VNPI is opgesteld door bureau Enersangi. “Die potentie is groot, op lange termijn vooral in transportsectoren waar elektrificatie moeilijk is, zoals de scheepvaart en de luchtvaart”, verzekerde hoofdauteur Mieke Dams. “In de transitieperiode naar 2050 kunnen vloeibare biobrandstoffen ook een grote rol spelen voor het zware, internationale vrachtverkeer op de weg.”

Grote rol

Volgens Dams heeft de Nederlandse raffinagesector uitstekende papieren om binnen Europa een grote rol te gaan spelen bij de productie en distributie van LCLF’s, door haar omschreven als “duurzame brandstoffen die zowel bij de productie als bij het verbruik weinig CO2 uitstoten”. Dams: “De ligging vlakbij wereldhaven Rotterdam en de Noordzee met zijn vele windparken is zeer gunstig. Er hangt wel een prijskaartje aan de transitie naar LCLF’s: 20 tot 65 miljard euro voor de aanpassing van de huidige processen en de ontwikkeling van nieuwe processen en 76 miljard euro voor de productie van voldoende hernieuwbare elektriciteit en groene waterstof.”

Dams benadrukte dat de raffinagesector zo snel mogelijk moet beginnen met co-processing, waarbij het ideale scenario is dat de productie van fossiele brandstoffen gedurende de transitieperiode tot 2050 steeds meer plaats zal maken voor de productie van biobrandstoffen. “Het mooie is dat sommige LCLF-technologieën al bijna concurrerend zijn. Andere, zoals pyrolyse, vergassing en directe C02-afvang uit de lucht, zijn nog niet marktrijp maar wel veelbelovend.”

Goed getimed

Van de overheid is volgens Dams in de eerste plaats de erkenning nodig dat LCLF’s noodzakelijk zijn om de transitie in de transportsector mogelijk te maken. “In het verlengde daarvan moet er een integrale beleidsvisie komen, die waarborgt dat er voor de scheepvaart en de luchtvaart onder andere voldoende duurzame biomassa en voldoende afgevangen CO2 beschikbaar zijn. De raffinagesector moet daarnaast zeker weten dat de voorzieningszekerheid van voldoende duurzame energie altijd gewaarborgd is, ook bij langere perioden van weinig zon en weinig wind.”

Namens het ministerie van EZK prees directeur-generaal Gaastra de inhoud van het rapport, die volgens hem goed aansluit bij eerdere studies en goed duidelijk maakt wat de potentie is van LCLF’s voor de raffinagesector. “Met het oog op de kabinetsformatie is het moment waarop het rapport naar buiten wordt gebracht bovendien goed getimed.”

Bovenal heeft het rapport volgens Gaastra eens te meer aangetoond dat er zowel binnen als buiten de hekken van raffinaderijen meer investeringen en inspanningen nodig zijn, anders raken de klimaatdoelen uit zicht. Namens het Platform Hernieuwbare Brandstoffen bleek ambtelijk secretaris Eric van den Heuvel dat helemaal met hem eens. “In de wetenschap dat het wagenpark de komende jaren groeit, is het zaak op korte termijn fors aan de slag te gaan met de doorontwikkeling en toepassing van bestaande en nieuwe duurzame brandstoffen. Als het rapport iets aantoont, is het dat we niet op onze lauweren kunnen rusten maar echt volop aan de bak moeten. Raffinaderijen zullen bijvoorbeeld nieuwe allianties moeten aangaan, bijvoorbeeld met producenten van biomassa.”

Gepolariseerde discussie

In navolging van Gaastra, Van den Heuvel én de meeluisterende en -kijkende Klimaatberaad-voorzitter Ed Nijpels, boog ook VNPI-directeur Erik Klooster zich tijdens het webinar over een van de heikele punten in het rapport: De claim dat de raffinagesector een substantieel deel van de beschikbare biomassa nodig heeft om voldoende LCLF’s voor de luchtvaart en de scheepvaart te kunnen produceren. “Dat de discussie daarover helemaal is gepolariseerd, baart me zorgen. Het rapport maakt heel duidelijk dat 100% elektrisch in 2050 een utopie is. Zonder LCLF’s gaat het niet. En zonder biomassa kan de industrie die niet produceren.” Nijpels: “De energietransitie zonder biobrandstoffen is ondenkbaar. Ook met het oog daarop hoop ik dat het nieuwe kabinet zo snel mogelijk duidelijkheid schept door in het verlengde van het SER-advies het Toetsingskader voor duurzame biomassa vast te stellen.”

Nadat Van den Heuvel nog had benadrukt dat ‘grondstof-efficiëntie’ meer aandacht verdient en Gaastra de hoop uitsprak dat Nederland zich in de discussie over biomassa schaart achter de Europese normen en eisen, kon Klooster het webinar tevreden afsluiten. “Dit rapport is nog maar het begin. Begin volgend jaar presenteren we het tweede deel. Daarnaast hoop ik jullie in het voorjaar van 2022 te kunnen verwelkomen tijdens een écht VNPI Jaardiner.”

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief