Industrie
Klimaatbeleid
Tweede Kamer
VNPI Bestuur

De Nederlandse raffinagesector popelt om aan de slag te gaan met projecten voor het fors terugdringen van de eigen CO2-uitstoot in het kader van de klimaatdoelen. De vereiste investeringen vergen echter wel de nodige sturing vanuit de Rijksoverheid. Die zal toch moeten zorgen voor de juiste randvoorwaarden. Maar in dit verkiezingsjaar is de vraag of de overheid in staat is om door te pakken. Die zorg uit Ruben Beens, de nieuwe voorzitter van de VNPI. Met de VNPI wil hij met de overheid in gesprek blijven om ervoor te zorgen dat partijen vaart kunnen zetten achter het realiseren van CO2-reductieprojecten, zoals H-vision en Porthos. “We kunnen besluitvorming niet blijven uitstellen, de tijd dringt.”

Ruben Beens

Nieuwe voorzitter VNPI

“We moeten ons goed realiseren dat het over minder dan negen jaar al 2030 is. Dan moeten we de plannen voor het terugdringen van onze CO2-uitstoot dus hebben gerealiseerd, gezien de klimaatdoelstellingen en de verwachting dat wij daar als sector een aanzienlijke bijdrage aan leveren”, benadrukt Beens, die ook CEO van BP Nederland is. Net als Erik van Beek die hij in januari als VNPI-voorzitter opvolgde, stelt Beens dat de VNPI het klimaatbeleid volledig omarmt. “Ik denk ook dat geen enkel bedrijf in onze sector ontkent dat we in verduurzaming moeten investeren. Dat is geen enkel issue. Combineer je dat met een overheid die daarvoor de juiste voorwaarden stelt, zoals infrastructuur, beleid en regelgeving, en subsidiëring van onrendabele toppen, dan weet ik zeker dat die bedrijven hun rol pakken en die projecten ook echt gaan realiseren.”

 

Slagvaardigheid in het gedrang

Als projecten die de CO2-uitstoot in de sector fors zal terugdringen richting 2030, noemt Beens met name het Rotterdamse samenwerkingsproject H-vision, waar VNPI-leden Exxon, Shell en BP samen optrekken voor de inzet van blauwe waterstof ten behoeve van hoge temerpatuurprocessen. En het Porthos-project voor het transport en de opslag van afgevangen CO2 (CCS) in lege gasvelden in de Noordzee. Ook zijn er in de sector verschillende groene waterstofprojecten. “Een project als H-vision zorgt, als het is afgerond, alleen al bij mijn eigen raffinaderij voor ongeveer 60% minder CO2-uitstoot. Voor andere betrokken raffinaderijen geldt dat vermoedelijk ook”, benadrukt de nieuwe VNPI-voorzitter het belang van dat er vaart wordt gezet achter de uitvoering van de projecten. “Belangrijk daarbij is dat we die projecten als cluster voor elkaar krijgen, want als bedrijf alleen lukt je dat niet. En cruciaal is ook de samenwerking met de overheid. Maar dat moet dan wel een overheid zijn die slagvaardig is en  duidelijk in wat we van haar kunnen verwachten. Terwijl mijn zorg juist is dat met een demissionair kabinet en met verkiezingen in aantocht de slagvaardigheid bij de overheid in het gedrang komt, zodat die voorlopig niet in staat is om door te pakken.” Als belangrijke prioriteit voor de VNPI voor de komende periode noemt Beens daarom zorgen dat de stem van de sector luid en duidelijk hoorbaar blijft in Den Haag. “Een belangrijke rol die ik voor de VNPI zie, is dat die beleidsmakers blijft overtuigen van de urgentie van de verduurzamingsprojecten van de sector en van wat er van de overheid nodig is zodat ze snel van start kunnen. Want we willen nu doorpakken, de tijd dringt.”

 

Niet blijven steken in politieke discussies

Ondanks zijn zorgen voor de korte termijn, ziet Beens de volgende regeerperiode met vertrouwen tegemoet. “Het mooie van Nederland is dat we zo’n divers politiek landschap hebben dat partijen altijd moeten samenwerken en dat er zich nooit enorme aardverschuivingen voordoen.” Maar opdat bij de CO2-projecten van de sector de vaart erin blijft, roept hij partijen wel op niet te blijven steken in politieke discussies, maar te focussen op de doelen in het Klimaatakkoord. “Laten we kijken naar het eindresultaat en naar hoe we dat met elkaar door samen te werken tot stand kunnen brengen.”

 

Coronacrisis spelbederver

Bij het door de sector willen halen van de klimaatdoelen tekent Beens aan dat olieconcerns te maken hebben met een lastig spanningsveld. Met enerzijds hun wil om te investeren in vergroening, maar anderzijds de noodzaak volop te investeren in de productie van fossiele brandstoffen, omdat er nog lange tijd vraag blijft naar olie- en gasproducten. Een ander punt is de coronacrisis. Die speelt de sector ook parten. “Die drukt het brandstofverbruik en dus de winstgevendheid van onze bedrijven, ook in de retail, dus tankstations, waarvoor de VNPI er ook is.” Mooi om te zien vindt Beens het dat tijdens lockdowns van tankstations wordt verwacht dat ze brandstoffen blijven leveren. “Aan de ene kant ziet een deel van de samenleving ons vaak nog als de grote vervuiler, aan de andere kant dus ook als een vitale sector.” Hij gaat er niet vanuit dat het voor de sector na de coronacrisis weer helemaal back to normal zal zijn. “De economie zal weer herstellen en de behoefte van mensen om te reizen ook. Maar de manier van werken is, denk ik, blijvend veranderd, met ook effect op onze business. Dus er zal een bepaalde mate van herstel komen, maar vooralsnog blijft het koffiedikkijken of de sector zijn capaciteit weer volledig kan gaan gebruiken.”

 

Gelijk Europees speelveld cruciaal

Kijkend naar de maatregelen die nodig zijn om de gestelde klimaatdoelen te behalen, gaat de voorkeur van Beens uit naar Europese of liever nog wereldwijde maatregelen in plaats van nationale toevoegingen om zo de concurrentiepositie van onder meer de raffinaderijen in Nederland te beschermen.  “Maar het is in ieder geval van cruciaal belang dat een gelijk Europees speelveld voldoende gewaarborgd blijft.” Beens heeft in dit verband vertrouwen in de vorig jaar beklonken Europese Green Deal (inclusief een aangescherpt ETS-systeem).

 

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief