Industrie
Innovatie
verduurzaming

Een nieuw samenwerkingsverband waarin academici, overheden, industriële partijen, maatschappelijke partijen en milieuorganisaties samenwerken aan de versnelling van de verduurzaming van de industrie. Dat is het Sustainable Industry Lab (SIL). Jurist en politicoloog Sanne Akerboom, een van de oprichters, licht het initiatief toe.

Toen universitair docent Akerboom en hoogleraar duurzame energie Gert Jan Kramer enkele jaren geleden met elkaar in gesprek raakten, waren ze het al snel eens: Vreemd en jammer eigenlijk, dat de verduurzaming van zo’n belangrijke sector als de industrie in Nederland moeizaam verloopt, omdat het politieke en maatschappelijke debat over de verschillende scenario’s en de noodzakelijke keuzes totaal gepolariseerd is. “Eigenlijk werd al tijdens dat gesprek de basis gelegd voor het Sustainable Industry Lab”, herinnert Akerboom zich. “Gert Jan Kramer heeft veel technische kennis van energie en industrie, ik ben jurist en politicoloog. We vullen elkaar dus goed aan en bleken samen heel goed in staat tot een objectieve en interdisciplinaire gedachtewisseling over de verduurzaming van de industrie. Precies dat streven we ook na met het SIL, door bestaand onderzoek en kennis samen te brengen op een debatplatform voor mensen met verschillende achtergronden, vanuit de industrie, overheid, onderzoekwereld en maatschappelijke en milieuorganisaties.”

Concreet en verfrissend

Officieel ging het SIL eind 2020 van start, met Akerboom als directeur. Het doel is een CO2-neutrale Nederlandse industrie in 2050 en ‘het articuleren en visualiseren van de consequenties van belangrijke keuzes
door wetenschappelijke en deskundige kennis te combineren’ als middel. Dat klinkt wat abstract, geeft Akerboom lachend toe. “Gelukkig waren de workshops die we afgelopen voorjaar hebben gehouden juist heel concreet en verfrissend. Ze waren gewijd aan ‘de Nederlandse koolstofcyclus’, ‘maatschappelijk verdienvermogen en duurzame investeringen’ en ‘een eerlijke duurzame industriële transformatie’, drie van de vijf thema’s waar we ons op focussen. Die workshops leverden een aantal relevante vragen op. Die gaan we de komende jaren proberen te beantwoorden én te visualiseren, met behulp van een creatief bureau.”
Als voorbeeld noemt Akerboom de vraag hoe de industrie in Nederland moet worden gewaardeerd. “Gaat het alleen om geld of ook om werkgelegenheid, gezondheid en onafhankelijkheid van het buitenland? Pas als je die vraag hebt beantwoord, kun je keuzes maken en de ambities voor een CO2-neutrale Nederlandse industriële portefeuille in 2050 vertalen naar mogelijke investeringstrajecten en voorwaarden voor toekomstbestendige en verantwoorde business cases.”

Prettig en begrijpelijk

Onder de 55 organisaties en bedrijven die zich tot dusver bij het SIL hebben aangesloten, bevinden zich naast universiteiten, ministeries en kennisinstellingen als TNO ook stakeholders als Tata Steel, Shell, Dow Chemicals, de Haven van Rotterdam en ExxonMobil en natuur- en milieuorganisaties als Natuur & Milieu, provinciale natuur- en milieufederaties en de Jonge KlimaatBeweging. Tekenend voor de constructieve manier waarop op basis van bestaand onderzoek en kennis wordt gediscussieerd, is volgens Akerboom een rapport over het ‘perspectief van ondergrondse CO2-opslag (CCS) in de periode 2020-2030’ dat nog dit jaar naar buiten kan worden gebracht. “Op die manier, door kennis op een prettige en begrijpelijke manier te delen, willen we het maatschappelijke en politieke debat over alle keuzes en consequenties voeden en de verduurzaming van de industrie versnellen. Voor het SIL zie ik daarbij een duidelijke vliegwielfunctie weggelegd, die met initiatieven van onderop aan kracht zal winnen naarmate het ook meer en meer een netwerkorganisatie wordt.”

Essentiële bedrijfstak

Afgaande op het enthousiasme en de gedrevenheid van de vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en bedrijven, vindt Akerboom het aan de ene kant vreemd dat een platform als SIL niet al veel eerder is opgericht. “Aan de andere kant zijn de verduurzaming van steden, mobiliteit en directe energievoorzieningen veel concreter. Industrie is voor veel mensen niet alleen abstract, maar wordt vaak ook met een soort argwaan benaderd, met onder andere polarisering van het debat en veel ongefundeerde oneliners als gevolg. Ik heb dat zelf ook gemerkt, door vragen als ‘waarom laat jij je als wetenschapper met de industrie in?’. Nou, omdat het een heel essentiële bedrijfstak is met veel impact op de economie en de samenleving. De coronacrisis heeft eens te meer onderstreept dat je als land voor sommige industriële producten niet afhankelijk moet willen zijn van andere continenten.”

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief