biobrandstof
CO2 reductie
Klimaatakkoord

In de KEV maakt het PBL het doelbereik van de maatregelen uit het Klimaatakkoord inzichtelijk. Hieruit blijkt dat in het meest optimistische scenario, de maatregelen het nationale doel van 49% CO2 reductie in 2030 net niet halen. Als er maatregelen tegenvallen, dan zal het doel verder uit beeld verdwijnen.

 

Wel is het beeld positiever dan in de KEV 2020, omdat in industrie en mobiliteit een aantal maatregelen verder zijn uitgewerkt: in industrie kan er daardoor meer worden ingezet in opvang en opslag van CO2; carbon capture and storage (CCS). Binnen mobiliteit is het beleid om hernieuwbare brandstoffen te stimuleren uitgewerkt.

Erik Klooster, directeur van de VNPI: “juist op de terreinen waar PBL de progressie ziet, signaleren wij nog grote kansen. Door de doelen en mogelijkheden voor CCS in industrie en hernieuwbare brandstoffen in mobiliteit nog verder te vergroten, kunnen de doelstellingen uit het klimaatakkoord voor deze sectoren met meer zekerheid worden bereikt.”

De VNPI richt zich als branchevereniging voor tankstations en raffinaderijen op de reducties die moeten en kunnen worden behaald binnen de deelgebieden industrie en mobiliteit.

Om de doelen in industrie en mobiliteit met meer zekerheid te halen hebben wij drie aanbevelingen.

 

1.     Vergroot het aantal mogelijkheden in de industrie

De reductieopgave voor de intensieve industrie in Nederland is ambitieus. De doelstelling uit het klimaatakkoord is 14,3 Mt CO2, boven op een veronderstelde reductie van 5,1 Mt CO2. Samen 19,4 Mt CO2, te realiseren in iets meer dan acht jaar. Dit vereist grootschalige reductieplannen. En die zijn er. Binnen de raffinage zijn er verschillende opties; elektrificatie, energie efficiëntie en vooral opvang en opslag van CO2, beter bekend als carbon capture and storage (CCS).

De raffinaderijen kunnen met CCS grootschalig reduceren. Het eerste project, Porthos, gaat de realisatiefase in. In Rotterdam werken de raffinaderijen aanvullend aan een grootschalig project, H-vision, waarmee 2,7 Mt CO2 kan worden gereduceerd: dat is 20% van de totale industrie opgave. H-vision beoogt de gassen die nu worden gebruikt voor verhitting op te werken naar blauwe waterstof, die voor CO2 vrije verhitting kan zorgen. Om dit project door te kunnen realiseren, is een uitbreiding van de SDE++ noodzakelijk. De meerkosten van overstap op groen gas en van elektrificatie vallen onder de SDE++; de meerkosten van inzet van blauwe waterstof zijn niet opgenomen.

Met deze aanpassing kan H-vision in uitvoering worden genomen. De uitbreiding van opties voor intensieve industrie is nodig, om de ambitieuze doelen te kunnen halen.

2.     Verhoog de inzet op realisatie van de infrastructuur

De huidige energie-infrastructuur is niet toegesneden op een klimaatneutraal energiesysteem. Het elektriciteitsnet moet worden verzwaard en uitgebreid en er moeten leidingen voor CO2 en waterstof worden aangelegd of aangepast. De opgave is in beeld gebracht in het zogenaamde TiKi rapport. De implementatie van de aanbevelingen door het kabinet is teleurstellend. Het kabinet moet de opgave met eenzelfde energie en urgentie ter hand nemen als de aanleg van de gasinfrastructuur in de jaren ’60. Om industrieën de kans te geven waar mogelijk te elektrificeren en hun CO2 af te vangen, moeten ze aangesloten worden op infrastructuur die de verhoogde vraag naar elektriciteit kan invullen en het aanbod aan CO2 kan afvoeren.

Ook voor mobiliteit is de infrastructuur knellend aan het worden. De KEV vraagt hier ook aandacht voor. De oplaadfaciliteiten voor elektrische auto’s houden maar moeizaam gelijke tred met de toename van elektrisch rijden en waterstof in zwaarder verkeer komt alleen van de grond als het aantal vulpunten toeneemt.

Zowel de doorlooptijd van vergunningen als het gebrek aan onrendabele topvoorzieningen zorgen voor teveel vertraging in de realisatie.

3.     Meer hernieuwbare brandstoffen in mobiliteit

Maatregelen voor elektrificatie van het wagenpark domineren het mobiliteitshoofdstuk uit het klimaatakkoord. Het doel is in 2030 2 miljoen elektrische auto’s op de weg te hebben. De KEV houdt het op een bandbreedte van 1,1-1,5 auto’s. Daarnaast mogen er maximaal voor 60 PJ aan hernieuwbare brandstoffen in de markt worden gebracht. Deze laatste maatregel is een belangrijke reden dat de reducties voor mobiliteit toenemen in deze KEV.

De uitkomst is dat mobiliteit het doel van maximaal 25 Mt CO2 in 2030 net binnen doelbereik heeft. Er is meer mogelijk: volgens de KEV rijden er in 2030 rijden nog ca 8 miljoen auto’s met een verbrandingsmotor rond. Als het fossiele aandeel in de brandstof voor deze auto’s verder kan worden verlaagd, versnelt de reductie in mobiliteit.

Juist voor mobiliteit is het noodzakelijk om grotere stappen in de reductie te maken, mede omdat het reductietekort van mobiliteit richting de doelen van Fit for 55 nog groter is dan al het geval was voor de doelen uit het klimaatakkoord. De VNPI roept het kabinet op het decarbonisatie doel voor brandstoffen te verhogen onder voorwaarde dat de ingezette biogrondstoffen duurzaam zijn.

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief