EU-ETS
Industrie
Internationale speelveld
Klimaatbeleid
Raffinaderij

Op 25 maart jl. bracht de Nederlandse emissie autoriteit (NEa) een persbericht uit naar aanleiding van de publicatie van de nieuwe Benchmarkwaarden door de Europese Commissie (CIE). Het persbericht van de NEa stelde onder meer het volgende:

“Als de Nederlandse industrie nu zou produceren op het niveau van de Europese top, zou er 7 miljoen ton (Mton) CO2 minder worden uitgestoten.”

Deze stelling is volgens onze analyse onjuist.

De NEa vergelijkt de verwachte prestatie van de 10% best presterende bedrijven in 2023 met de emissiegegevens van Nederlandse bedrijven uit 2016/2017.

Lees onze analyse hier in pdf.

Hoe zit het dan wel?

Op 1 januari 2021 ging fase 4.1 van het EU ETS in; fase 4.1 loopt tot en met 2025. Deze nieuwe fase kenmerkt zich door enkele wijzigingen, waaronder het actualiseren van de Benchmarks. De nieuwe Benchmarks worden vastgesteld door de data uit 2016 en 2017 te gebruiken van de 10% best presterende installaties in Europa. De jaarlijkse verbetering ten opzichte van de oude Benchmarks uit 2008 wordt geëxtrapoleerd naar het jaar 20231. De nieuwe Benchmark gaat er vanuit dat de efficiencywinst uit het verleden 1-op-1 wordt doorgezet naar de toekomst: er zal een minimaal aantal installaties zijn dat al aan deze benchmark voldoet. Zo vergelijkt de NEa dus de data van Nederlandse bedrijven uit 2017 met de ‘gewenste’ efficiency in 2023.

Op 12 maart publiceerde de CIE de gegevens waarop de nieuwe Benchmarkwaarden zijn gebaseerd, onderstaand de gegevens voor de sector raffinage.

 

Op basis van deze gegevens heeft de CIE de Benchmarkwaarde voor raffinage de komende periode vastgesteld op 22,8 (tussen 2008 en 2017 gemiddeld 1,5% per jaar, doorgetrokken tot 2023). Het is goed om te realiseren dat ook bedrijven die nu onder het gemiddelde van de top 10% zitten (25,5), daar nu nog niet aan voldoen.

 

De Benchmarkwaarden zijn niet geschikt om prestaties
met de top 10% te vergelijken.

In de periode van 2007 tot 2017 heeft het Nederlandse raffinagecluster als geheel relatief meer CO2 gereduceerd (-16%) dan de beste 10% van de EU (-14%).Onderstaande figuur maakt inzichtelijk welke analyse NEa heeft gemaakt: de NEa vergeleek de oranje kolom van de Nederlandse raffinaderijen (2016 – 2017) met de grijze kolom van de verwachte efficiency van de beste 10% in de EU in 2023. Het door de NEa gesignaleerde gat volgt uit de gehanteerde methodiek. Daar kan niet de
conclusie aan worden verbonden dat de gehele industrie 7 Mton moet reduceren om momenteel bij de beste 10%
in Europa te gaan horen. Of specifiek voor raffinage 2,5 Mton.

De vergelijking met Benchmarkwaarden geeft een goed inzicht in de omvang van de opgave die de komende jaren voor ons ligt. Maar de Benchmarkwaarden zijn niet geschikt om een vergelijking te maken met de prestatie voor de top 10% best presterende raffinaderijen.

Als de oranje balken uit bovenstaande figuur worden vergeleken, stoten de Nederlandse raffinaderijen 1,2 Mton meer uit dan het gemiddelde van de top 10% best presterende raffinaderijen in Europa. En dus niet 2,5 Mton zoals in de publicatie van de NEa te lezen valt. Daarmee is de stelling dat er 7Mton moet worden bespaard om bij de top 10% best presterende te horen, in ieder geval onjuist.

Overige industrie

Wij hebben deze analyse gedaan voor de raffinagesector op basis van gegevens die bekend zijn bij de aan ons gelieerde Europese organisatie, Concawe. Wij hebben geen zicht op hoe deze gegevens zich verhouden bij de andere sectoren in de industrie, maar gezien de methode voor de andere sectoren vergelijkbaar is lijken ook deze conclusies niet juist. De mate waarin kunnen wij niet beoordelen.

Reactie NEa

Wij hebben onze analyse met de NEa gedeeld en wij roepen hen op om de analyse te doen op basis van de huidige top 10% best presterende raffinaderijen. Dat geldt uiteraard ook voor de overige industrie.

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief