Elektrificatie
Raffinaderij
verduurzaming

Het is een populair frame: We gaan allemaal elektrisch rijden, dus alle raffinaderijen gaan dicht. Het frame vindt gretig aftrek, want recent las ik een artikel van de NRC dat raffinaderijen een ‘onzekere toekomst’ tegemoet gaan. Maar het is een frame en niet meer dan dat.

Mijn antwoord als ik deze vraag krijg, is altijd dat ik inderdaad denk dat er in 2040 minder raffinaderijen zullen zijn, maar dat er voor de Nederlandse raffinaderijen grote kansen liggen in de transitie naar duurzaam. Ze liggen in goed bereikbare zeehavens aan de Noordzee en zijn uitstekend gepositioneerd voor de stap van ruwe olie naar hernieuwbaar en waterstof, zowel qua configuratie als qua nabijheid van andere industrieën als de chemie en het biocluster.

Het is ook aantrekkelijk voor Nederland als het raffinagecluster deze slag kan maken. Was het niet voor de hoogwaardige werkgelegenheid, dan toch vooral vanwege de mogelijkheid die de raffinaderijen kunnen spelen om de CO2-uitstoot van zwaar transport, de maritieme sector en de luchtvaart fors te verminderen. En zeker niet van het minste belang: de bouwstenen voor de chemische industrie te vergroenen.

Het is helder dat de vraag naar benzine en diesel uit personenvervoer zal teruglopen en ook de vraag van bestelwagens zal dalen. Alle – onafhankelijke – scenario’s vanuit de EU laten dat zien. Elektrisch vervoer is hier een deel van, maar toegenomen efficiëntie speelt ook een rol.

Eén kanttekening hierbij: de meeste Nederlanders kunnen zich helemaal geen nieuwe auto veroorloven. Dat blijkt ook uit de prognoses voor 2030. Zelfs als we het doel van de 2 miljoen elektrische auto’s halen, houden we in 2030 een autovloot van zo’n 9 miljoen, waarvan dus nog circa 7 miljoen met een verbrandingsmotor. De politieke aandacht die naar elektrisch vervoer uitgaat is logisch, maar voor het halen van de klimaatdoelstellingen zou men met evenveel gretigheid de koolstofintensiteit van de brandstoffen voor de bestaande autovloot moeten willen reduceren.

Het wordt nog veel duidelijker wanneer men, naast het beeld van de passagiersvloot, het beeld van de maritieme sector plaatst. In deze sector zal de accuvoortstuwing (vooralsnog) niet grootschalig worden toegepast en zal er tempo gemaakt moeten gaan worden met de uitrol van brandstoffen uit duurzame biostromen en blauwe en groene waterstof. Van het London imperial college is inmiddels, onder andere met medewerking van de WUR, een rapport verschenen waaruit blijkt dat er ruimschoots voldoende biogrondstoffen zijn om veel sterker in te zetten op deze low carbon liquid fuels.

De grote vraag die dan in Nederland voorligt: Hoe gaan we deze brandstoffen schoon en duurzaam produceren? Laten we hier nou met de VNPI een onderzoek naar aan het doen zijn. We komen binnenkort met de resultaten, waarbij we heel precies gekeken hebben naar hoeveel via welke installaties en tegen welke voorwaarden we deze ‘low carbon liquid fuels’ kunnen gaan produceren. En oh ja, we hebben berekend hoeveel CO2 we daarmee kunnen besparen.

Een tipje van de sluier? Er lijkt een logisch pad te zijn waarbij we in Nederland beginnen met het ‘co- processen’ van stromen duurzame biomassa (onder andere afvalstromen). Dit kunnen we dan eerst inzetten in de bestaande autovloot en op termijn opschalen en sturen richting de maritieme sector.

Nou denkt u vast, ja dat zeggen ze vanuit de raffinaderijen, maar in Spanje en in Duitsland zijn ze al begonnen. In Spanje bouwt Repsol een hydrotreater op haar bestaande raffinaderij in Cartagena. Hiermee gaan ze 255.000 ton duurzame biodiesel, bionafta en biokerosine produceren. Geproduceerd op afvalstromen.

Deze ontwikkelingen gaan niet vanzelf in die landen. Spanje maakt het ook via co-processing mogelijk te voldoen aan doelen om brandstoffen te verduurzamen. Vooralsnog kiest Nederland daar niet voor in de herziene Regeling energie vervoer die nu ter consultatie ligt.

Niettemin zijn we in Nederland gelukkig ook echt begonnen. Naast de eerdere investeringsbeslissingen van Neste in Rotterdam en SkyNRG in Delftzijl, hebben we vorige week de start van de biobrandstoffenfabriek voor luchtvaart en zwaar transport bij de raffinaderij van Shell op Pernis gezien. Het zijn de stappen in de goede richting. Maar er is nog veel meer nodig. Ik ben ervan overtuigd dat als de politiek eenmaal inziet dat deze transitie een economische en ecologische kans biedt, het goede beleid zal volgen.

Dus nee, ik denk niet dat de raffinaderijen dicht gaan. Onder de ‘motorkap’ komen ze er wel heel anders uit te zien. Dat wel.

Erik Klooster is directeur VNPI

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief