Industrie
Internationale speelveld
olievoorziening

Voor deze column had ik aanvankelijk een aantal onderwerpen in gedachte: de hernieuwde RED, het maatwerk in de industrie, het volledig vastgelopen debat (en beleid) rond biomassa. Maar de oorlog in Oekraīne zet natuurlijk alles op zijn kop.

Ik merk zelf dat ik het wat lastig vind om de verschrikkingen nauwgezet te blijven volgen. Niet omdat het me niet meer interesseert, maar ik merk bij mezelf dat ik maar een bepaalde hoeveelheid informatie aankan. En ja, het leidt ook bij mij tot drang naar actie. We gaan verhuizen en de warmtepomp is met stip gestegen op de wensenlijst. De aannemer heeft me voor gek verklaard, maar ik heb het nog niet opgegeven.

Ik werd door de NOS gevraagd om een reactie over een mogelijk importverbod van gas en olie uit Rusland en ik moet zeggen dat de nadere analyse niet direct geruststellend was. Rusland exporteert ontzettend veel olie. En een groot deel daarvan vindt zijn weg naar Europa en Nederland. De vraag wat er precies gebeurt als we nu zouden stoppen met het importeren van Russische olie vond ik nog niet zo eenvoudig te beantwoorden.

Raffinaderijen in Nederland kunnen hun ruwe olie elders vandaan halen. Voor de één gaat dat makkelijker dan voor de andere. Het veranderen van het ‘ruwe olie dieet’ door een raffinaderij is iets dat vaker gebeurt. Alleen nooit van de een op de andere dag. Rusland levert momenteel zo’n 3 miljoen vaten ruwe olie per dag aan Europa en 40% van de laagzwavelige diesel. Geen hoeveelheden die makkelijk zo snel ergens anders vandaan kunnen worden gehaald. Zeker aan de dieselkant dreigt een mogelijk tekort.

Nou kan een raffinaderij in Rotterdam die voor een deel op Russische olie draait in een periode van een aantal weken wel switchen naar een ander type ruwe olie. Maar dat komt omdat in Rotterdam die andere olie beschikbaar is. In Duitsland is dat wel anders. Daar zit zo’n 25% van de productiecapaciteit vast aan een pijpleiding die ruwe olie vanuit Rusland aanvoert. Het switchen naar andere typen ruwe olie is daar niet mogelijk zonder dat er tekorten in benzine en diesel ontstaan. Tekorten waar wij vervolgens de gevolgen van zullen merken. Het mag dan ook weinig verrassend zijn dat Duitsland tot op heden niet warm loopt voor een olieboycot van Rusland. En wat voor Duitsland geldt, geldt nog meer voor andere landen in Centraal- en Oost-Europa.

Ben ik daarmee tegen een olieboycot? Zeker niet. Het is logisch en appelleert aan een groot rechtvaardigheidsgevoel om nu voor een boycot te pleiten. Mijn alleraardigste buurman – een groot volger van de actualiteit, maar met vooral kennis buiten de energiemarkten – meende ook dat als we het echt zouden willen, het zou moeten kunnen.

Als een dergelijke boycot wordt ingesteld, zullen we ons daar uiteraard met alle overtuiging aan houden. Maar ik denk zelf dat we vooral heel goed moeten analyseren wat de gevolgen zijn. Niet alleen voor Nederland, maar voor de gehele EU en specifiek voor Oost-Europa. Gelukkig is die vraag nu ook gesteld door de Europese Commissie aan de Europese raffinagesector en het antwoord zal in de komende periode meer richting moeten gaan geven over wat er kan en binnen welke termijn.

Ik kwam in mijn zoektocht naar achtergrondinformatie een aardige analyse tegen van de olieproductie in Rusland van Oxford Energy Institute. Op basis van die analyse uit 2019 bedacht ik me dat Rusland vooral geraakt wordt door een lagere olieprijs. Momenteel verkoopt Rusland weliswaar minder olie, maar wel tegen een hogere prijs. Per saldo worden ze er nog steeds beter van. De vraag die gesteld kan worden is: In hoeverre heeft een gedeeltelijke boycot het gewenste effect?
Nogmaals, hoe logisch een directe boycot ook misschien wel klinkt, heeft een verdere opschaling van de alternatieven – zowel aan de vraagzijde als aan de aanbodzijde – een groter en langduriger effect. Dus het opschalen van alternatieven voor olieconsumptie, zoals elektrisch vervoer en zeker ook hernieuwbare brandstoffen, zowel synthetische als biobrandstoffen. De verandering zit vooral in transitie van de vraag. Dat is ook waar de VNPI en haar leden vol op inzetten.

Alleen lukt dat niet van vandaag op morgen. Dat dit geen ‘quick fix’ is, is voor sommige partijen, gelet op het Oekraïneconflict, wellicht al ongemakkelijk. Maar het wordt echt ongemakkelijk bij de notie dat Rusland op de gewenste korte termijn vooral kan worden getroffen wanneer olieproducerende landen hun productiecapaciteit verder opschroeven, want dan gaan de prijzen dalen. Hoe impopulair ook, op de korte termijn wordt Rusland het hardst geraakt met nieuwe fossiele productie.

En nee, daarmee zeg ik zeker niet dat we minder hard moeten inzetten op de alternatieven op de langere termijn.

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief