biobrandstof
CO2 uitstoot
Klimaat

Laten we het een bijkomend voordeel noemen dat er als gevolg van de rechtszaak Milieudefensie versus Shell meer aandacht is voor de zogenoemde ‘scope 3 emissies’: de emissies van gebruikers, zoals  vrachtwagens, auto’s en vliegtuigen. Meer aandacht hiervoor is namelijk hard nodig.  Even voor de volledigheid: Scope 1 zijn de emissies die horen bij de eigen productie van het betreffende bedrijf; de eigen schoorsteen. Scope 2 zijn emissies van toeleveranciers. Overigens heeft het debat over scope 3 wel iets gemeen met het debat over scope 1, want ook hier is het betere de vijand van het goede. Ik kom er zo op terug.

In de basis is het vraagstuk van scope 3 emissies voor mobiliteit niet zo ingewikkeld. Neem een scenario van de EU naar de vraag naar brandstoffen in 2050. Daar zijn er meerdere van, die op verschillende reductiepercentages uitkomen. Door de oogharen wordt in ieder geval één ding duidelijk: er is geen ‘silver bullet’ en alle opties zijn nodig. Zeker wanneer wat nader wordt ingezoomd op de vraag naar brandstoffen – ook in het klimaatneutrale scenario 2050 – wordt duidelijk dat er voor zwaar transport, vliegen en varen een rol blijft voor brandstoffen.

Als we weten dat er brandstoffen nodig blijven, is de vraag die dan overblijft: Hoe gaan we ervoor zorgen dat we die brandstoffen zo schoon mogelijk krijgen? Laten we daar nou met de VNPI een uitgebreid onderzoeksproject naar aan het doen zijn. Op welke wijze kunnen de benodigde ‘low carbon liquid fuels’ geproduceerd worden en wat is er nodig voor de verschillende voorziene routes?

Aan wat voor type routes moeten we dan denken? Er zijn verschillende mogelijkheden. Er zijn geavanceerde bio routes, die na voorbewerking over bestaande raffinage-installaties kunnen worden verwerkt. Denk aan pyrolyse van koolwaterstofafval of gasificatie van lignocellulose biomassa, waarna via Fischer Tropsch-synthese synthetische brandstoffen worden gemaakt met inzet van groene waterstof.

Aan alle routes kleven kleinere of grotere bezwaren. De een zal zeggen dat het te duur is, de ander zal beweren dat er nog niet voldoende (groene) waterstof beschikbaar is. Of iemand zal claimen dat we toch allemaal elektrisch gaan rijden.

En dat laatste is precies wat  in Nederland de lijn lijkt: Elektrisch vervoer is de ‘silver bullet’ en alles is gericht op het verwezenlijken van een all electric wagenpark. Begrijp me goed: Elektrisch vervoer levert een grote bijdrage aan de klimaatdoelen, al is het maar door de efficiënte motor en verdient absoluut stimulering. Alleen kan er nog meer reductie bereikt worden door ook in te zetten op de verduurzaming van brandstoffen. Zeker omdat deze brandstoffen voor vliegen en varen sowieso nodig zullen zijn. Maar denk ook aan het potentieel in de komende 15 jaar, waarin er nog steeds meer auto’s met een verbrandingsmotor rijden dan elektrische varianten. Het Karlsruher Institute fur Technologie heeft in een onderzoek berekend dat diesel en benzine tot 2030 tot circa een derde kan worden verduurzaamd met brandstoffen met een lage CO2-uitstoot.

In die zin toont het debat voor de scope 3 dus enige vergelijking met het debat aan industriezijde (de scope 1), waar er ook sterke voorkeuren zijn voor bepaalde technieken en waar andere technieken worden afgewezen. Gelukkig zien we dat er steeds meer besef komt dat ‘alles nodig is’.

De ontwikkeling van deze innovatieve brandstoffen is iets wat bij uitstek goed bij Nederland past. Maar we hebben het stimulerende beleid nog niet op orde. Ondertussen hebben andere landen wel al het licht gezien. Het Spaanse oliebedrijf Repsol (met heel ambitieuze doelen!) heeft recent aangekondigd om bij zijn Cartagena-raffinaderij een advanced bio fuels-fabriek te bouwen met een capaciteit van 250.000 ton voor het produceren van hydro-biodiesel, biojet, bionaphtha en biopropaan. Repsol doet ook al aan co-processing. Deze innovaties zijn mogelijk doordat de Spaanse overheid die actief steunt.

Afgelopen januari heeft de deelstaat Baden Württemberg in Duitsland aangekondigd dat Duitslands grootste raffinaderij in Karlsruhe maar liefst 500 miljoen euro investeert in een project om synthetische brandstoffen te gaan produceren. Letterlijke woorden van de project manager: “Als wij het niet doen, doet iemand anders het wel.”

Nou, het wordt tijd dat Nederland het ook gaat doen. Met de sterk verknoopte petrochemische industrie, de opslagfaciliteiten en de uitstekende verbindingen is het produceren van low carbon liquid fuels iets dat heel goed past bij Nederland.

De grote aandacht voor elektrisch vervoer is logisch, maar het is ook goed om te realiseren dat er meer opties nodig zijn. Ook opties die het Nederlandse industriële maakcomplex benutten en waar Nederland economische en duurzaamheidsdoelen mee kan verenigen.

We komen na de zomer naar buiten met ons studiemateriaal. Hopelijk kan dat tijdens een mooi event met gasten en hoeven die niet thuis op zolder voor een laptop te zitten!

Erik Klooster is directeur van VNPI

Meer weten? Neem contact op.

VNPI Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte
van de ontwikkelingen

Meld je aan voor onze nieuwsbrief