skip to Main Content

CO2-heffing voor industrie is paniekvoetbal

Een nationale CO2-heffing bovenop het Europese emissiehandelssyteem maakt het realiseren van uitstootreducties voor de samenleving onnodig duur. Het kunstmatig verhogen van de CO2-prijs negeert bovendien de razendsnel dalende kosten van CO2-vrije energietechnologie. Dat stelt Edwin Woerdman, hoogleraar markten en regulering, in reactie op de plannen van het kabinet voor een nationale CO2-taks. Gevraagd naar wat hij denkt dat die taks voor de industrie betekent, oordeelt de Groningse hoogleraar dat het kabinet onder druk van Urgenda en GroenLinks nu paniekvoetbal speelt en ook het Europese emissiehandelssysteem (ETS) ondermijnt.

Laat prijsvorming over aan de markt

“Op het moment dat je een CO2-heffing in het ETS introduceert, ga je er met gestrekt been in”, oordeelt Woerdman in een toelichting aan VNPI op zijn oratie ‘Energietransitie en klimaatbeleid: tussen marktwerking en overregulering’ die hij op 26 maart uitsprak voor zijn benoeming tot hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. De kernboodschap die hij met zijn oratie aan Den Haag geeft, luidt dat het kabinet het jaarlijks dalende emissieplafond in het ETS (waarvan de CO2-prijs een afgeleide is) wel strak moet handhaven en boetes moet uitdelen aan bedrijven die zich er niet aan houden, maar dat het de CO2-prijs zelf ongemoeid moet laten. “Laat prijsvorming over aan de markt, want op het moment dat je als overheid met je vingers aan de prijs gaat zitten, tast je willens en wetens de kosteneffectiviteit van het ETS aan.”

Bedrijven snappen dat omschakeling onafwendbaar is

Woerdman voorspelt in zijn oratie dat het streven van ondernemers naar innovatiewinsten op basis van goedkope CO2-vrije energietechnologie een grotere rol gaat spelen in de energietransitie dan de CO2-prijs. “Bedrijven snappen dat de omschakeling naar hernieuwbare energie onafwendbaar is en zien kansen. Er liggen immers enorme innovatiewinsten in het verschiet voor ondernemers die marktleider worden met CO2-vrije energietechnologie die goedkoper is dan de beste verbrandingstechnologie om energie te genereren met fossiele brandstoffen.” De introductie en verspreiding van dergelijke technologie zal daarom volgens hem waarschijnlijk zo snel gaan dat de totale uitstoot van broeikasgassen in Europa onder de Europese emissiereductiedoelen zal blijven, niet alleen in 2020 maar ook in 2030 en daarna.

Emissierechtenstofzuiger

Extra heffingen en subsidies leiden volgens de Groningse hoogleraar juist tot verdringing (‘crowding-out’) van goedkopere manieren om CO2 te besparen. Voor het nog sneller verlagen van de uitstoot doen politici er volgens hem daarom beter aan om de spelregels van het ETS zelf te wijzigen. Dat EU-lidstaten sinds kort bevoegd zijn om na sluiting van kolencentrales (zoals Nederland wil voor 2030) emissierechten te schrappen, is volgens hem zo’n verbetering. “Die rechten komen dan niet in het buitenland terecht, waardoor een waterbedeffect wordt voorkomen.” Een andere verbetering noemt hij de Market Stability Reserve (MSR) die begin dit jaar in werking is gesteld. Doordat die ‘emissierechtenstofzuiger’ het overschot aan emisierechten – dat mede door de economische crisis van 2008 is ontstaan – stapsgewijs opneemt, vermindert het waterbedeffect en stijgt mogelijk de emissieprijs. “Nederland kan er in Europa voor pleiten dat deze stofzuiger jaarlijks meer rechten moet opzuigen en vernietigen dan nu gebeurt. De overheid kan ook zelf emissierechten opkopen en vernietigen.”

Begrip voor de industrie

Nu echter het kabinet onder druk van de Urgenda-zaak en de winst van GroenLinks in de Eerste Kamer aanstuurt op een CO2-heffing, zoals premier Mark Rutte aankondigde in een notitie van 13 maart, heeft de Groningse hoogleraar alle begrip voor de industrie waar die erop hamert de heffing in ieder geval zo vorm te gegeven dat die bedrijven niet het land uit jaagt. Dat kan door de opbrengst van een CO2-taks terug te sluizen naar de industrie als subsidie voor verdere energiebesparing bij bedrijven. De regering heeft aangekondigd dit ook voornemens te zijn, mede om te voorkomen dat bedrijven activiteiten naar het buitenland verplaatsen (‘carbon leakage’). Daarbij siert het dit kabinet volgens Woerdman dat het goed nadenkt over een verstandige manier van terugsluizen, bijvoorbeeld door grote vervuilers zwaarder te belasten dan bedrijven die al fors in CO2-besparende technologie investeren. In zijn oratie wijst de hoogleraar op studies waaruit blijkt dat ‘carbon leakage’ als gevolg van Europese emissiehandel vooralsnog niet of nauwelijks voorkomt. Maar hij begrijpt ook de industrie waar die zegt dat dit een gevolg is van doordachte maatregelen van de EU tegen ‘leakage’, zoals gratis emissierechten. Idealiter zouden extra benodigde rechten bij productiegroei beprijsd zijn, stelt Woerdman, maar dat vereist een cap-and-trade systeem dat alle industriële installaties omvat. Met de handelsystemen die mondiaal opkomen, kunnen in de toekomst door koppeling ervan (bijna) alle installaties in sommige bedrijfstakken onder een CO2-plafond functioneren.

Niet efficiënt

Maar door via een heffing – zoals hij het uitdrukt – als een soort Calvinist te willen worden geconfronteerd met de gesel van een hoge CO2-prijs, negeert Nederland volgens Woerdman dus de door deskundigen voorspelde verdere kostendaling van CO2-besparende technologiën. “Die kostendaling zul je uiteindelijk gereflecteerd zien in een lage CO2-prijs. Maar daar gaat het kabinet nu met zo’n taks dwars tegenin. Dat is niet efficiënt. Tenzij de overheid over een paar jaar, als de Urgenda-doelen zijn gehaald, die belasting weer schrapt. Maar dat is nog maar afwachten.”

De oratie van Prof. Dr. E. Woerdman kan gedownload worden via: https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=3361527

×Close search
Zoeken